Derde conceptversie ACRL normen voor informatievaardigheid

Sinds enkele dagen is de derde conceptversie van de nieuwe ACRL normen voor informatievaardigheid beschikbaar. In het stuk, Framework for Information Literacy for Higher Education, is het commentaar op de tweede versie, die we hier eerder bespraken, verwerkt. Er wordt nog steeds gewerkt met de zes threshold concepts, die nu Frames heten en iets andere namen hebben gekregen:

  • Authority Is Constructed and Contextual
  • Information Creation as a Process
  • Information Has Value
  • Research as Inquiry
  • Scholarship Is a Conversation
  • Searching Is Strategic

Deze frameworks hebben bij mij al waarde gehad omdat ik een deel van mijn colleges er aan kon ophangen. Het is prettig studenten te confronteren met een iets wijdere en meer conceptuele blik op informatie als tegenwicht van de zeer praktische maar soms wat mechanistische benadering in mijn trainingen.

In de nieuwe derde draft is er ook een gewijzigde definitie van Informatievaardigheid:

Information literacy is a spectrum of abilities, practices, and habits of mind that extends and deepens learning through engagement with the information ecosystem. It includes
  1. understanding essential concepts about that ecosystem;
  2. engaging in creative inquiry and critical reflection to develop questions and to find, evaluate, and manage information through an iterative process;
  3. creating new knowledge through ethical participation in communities of learning, scholarship, and civic purpose;
  4. adopting a strategic view of the interests, biases, and assumptions present in the information ecosystem.

Wie goed leest ziet in 1, 2 en 4 natuurlijk de aloude vaardigheden typeren, zoeken en evalueren. Het onderdeel creëren is echt nieuw t.o.v. de standards uit 2000.

Deze laatste draft bevat ook voor elk van de Frameworks uitgebreide knowledge practices (de meer praktische vaardigheden) en dispositions (met welke opstelling men informatie benadert en gebruikt).

Al met al een document dat het waard is besproken te worden en ook om te gebruiken voor evaluatie van ons huidige onderwijs op dit gebied. De makers zien het nieuwe stuk niet als harde norm maar als hulpmiddel bij het inrichten van IV-onderwijs.

Tot 12 december kun je ook nog feedback geven aan de ACRL.

 

Geplaatst in I&M2.0 | Een reactie plaatsen

De Onderwijsdagen: 11 november in het kort: deel 2.

Net als Dafne was ik bij de Onderwijsdagen waarvan je hieronder mijn verslag kunt lezen. Van de parallelsessies overlapte er één met die van Dafne (de presentatie van Jan Kamphuis over Hippocampus). Ik zal de andere drie kort behandelen.

De eerste sessie werd verzorgd door Peter Borgman en Erik Schakelaar van de Hogeschool Windesheim en ging over Blended Learning. Zij experimenteren met een vorm van proefstuderen waarna aanstaande studenten zelf kunnen beslissen of het bevalt. Uit een pilot blijkt dat dit bijdraagt aan een bewustere studiekeuze en verminderde studieuitval.

Toekomstige studenten krijgen in de oriëntatiefase van hun studiekeuzeproces al de mogelijkheid om te ervaren wat de studie inhoudt via blended learning en e-learning. Deelnemers volgen online een onderwijsmodule terwijl een docent op afstand beschikbaar is voor begeleiding. In die digitale leeromgeving wordt gebruik gemaakt van ‘the flipped classroom’ wat inhoudt dat de digitale instructie wordt ondersteund met uitleg en proefvragen. Zo’n module duurt zeven weken en start iedere week met een digitale videohandleiding waarin de deelnemers zien wat ze moeten doen. De module sluit af met een opdracht. Een docent kijkt die vervolgens na en geeft feedback.

https://prezi.com/rlxcltz9pi5-/de-onderwijsdagen-open-education/

Mijn tweede sessie was de presentatie van Jan Kamphuis die Dafne al beschreef.

Vervolgens woonde ik de derde sessie bij die gegeven werd door Peter Sloep van de Open Universiteit. Zijn sessie “Een didactiek voor open en online onderwijs” handelde over de didactische aspecten van online onderwijs. Hij schetste een beeld van voorheen onderwijs in grote collegezalen naar steeds meer MOOC’s. Hij had als kritiek dat veel onderwijsinstellingen meedoen met de trend van MOOC’s om de boot maar niet te missen maar dat het vaak ontbreekt aan een echt duidelijk beleid. Ook vertelde hij wat randvoorwaarden waar een goede Mooc aan moet voldoen. Zo waren de eerste gewoon gefilmde colleges van 45 minuten maar dat blijkt niet te werken. Studenten haken dan af. Nu zie je steeds meer dat gewerkt wordt met korte instructies van rond de zes minuten en dat er behoefte is aan interactiviteit en dat daaraan voldaan wordt via forum’s waardoor je feedback kunt krijgen.

De vierde sessie die ik bezocht had als thema Digitaal Informatievaardigheden Meten en werd verzorgd door Caroline Timmers en Amber Walraven van de Radboud Universiteit.

Zij hebben een computergestuurde formatieve toets ontwikkeld om informatievaardigheden te meten, de DIM (Digitale Informatievaardigheden Meting). Studenten verrichten dan een aantal opdrachten en er wordt vooral geregistreerd HOE ze deze opdrachten verrichten. Vooraf wordt ze gevraagd of ze denken dat ze voldoende informatievaardigheden hebben en naderhand worden er vragen over het zoekproces gesteld. Zo wordt er gekeken welke databestanden ze hebben gebruikt voor het maken van de opdrachten, wat dat heeft opgeleverd, of ze meerdere zoektermen gebruikt hebben en of ze tevreden zijn met het zoekresultaat. Ook wordt soms gebruik gemaakt van eye-tracking waarbij de bewegingen van de ogen over het beeldscherm gevolgd worden. Het bleek dat studenten geneigd zijn hun eigen informatievaardigheden voor het maken van de opdracht te overschatten en dat ze na het doen van de oefening bewuster naar informatie op zoek gaan.

Kijk voor een indruk van de DIM-tool op:

https://www.kaltura.com/index.php/extwidget/openGraph/wid/1_xha3j841

Geplaatst in I&M2.0 | Een reactie plaatsen

De Onderwijsdagen: 11 november in het kort

De dag begon wervelend met een keynote van Jason Ohler (http://www.slideshare.net/jasonohler/iste-3-out-of-5-tech-trends-that-bend-22014-final). Achtereenvolgens sprak hij over 5 trends: big data, augmented reality, semantic web, extreme BYOD en transmedia storytelling. Wat ik verfrissend vond was dat hij zich niet liet meeslepen door de mogelijkheden van de techniek voor het onderwijs (OK, wel een beetje, zoals in de fieldtrip naar CERN met Google Glass :-)), maar vooral kritische vragen propageerde over de rol van het onderwijs ten aanzien van deze ontwikkelingen. Onderwijs moet bovenal een plaats bieden waar nagedacht en gediscussieerd kan worden, zodat deze generatie studenten goed voorbereid is op hun digital citizenship.

Vol energie begon ik aan de parallelsessies. De eerste sessie ging over een referentiemodel voor Open Educational Resources. Samenvatting: er is veel informatie beschikbaar over OER, maar deze bereikt de docent niet. Daardoor is de drempel voor docenten om hun eigen materiaal beschikbaar te stellen en te delen hoog. (Hier sloeg ik op aan, want ik ben een project aan het voorbereiden om een repository voor onderwijsmateriaal te maken.) Ik vroeg me meteen af of het de moeite waard zou zijn om op korte termijn een LibGuide te maken over dit onderwerp, aangezien het ook mooi aansluit bij andere expertisegebieden van de bieb zoals Open Access en auteursrechten. De toolkit van JISC zou een goed uitgangspunt zijn (https://openeducationalresources.pbworks.com/w/page/24836480/Home).

De tweede sessie was een presentatie door Jan Haarhuis (mijn opdrachtgever voor het repository-project) van Hippocampus: de ELO die door studenten informatica is ontwikkeld (voor de ontwikkelaars: er wordt intensief gebruik gemaakt van Bootstrap). Het was jammer dat men in de zaal niet over het punt heen kon stappen dat het om een prototype ging, want het is een interessant project. De ELO zelf is niet spectaculair anders dan bestaande producten, wat wel boeiend is, is dat dit de manier is waarop studenten zelf hun informatie graag geserveerd krijgen (in een timeline a la Facebook). Wat mij ook prikkelde, was het feit dat er input was geleverd door meerdere docenten, en dat zij bijvoorbeeld de integratie met OSIRIS misten omdat dit systeem behoorlijk arbeidsintensief voor hen was. Wat moet er leidend zijn bij de selectie van een nieuwe ELO (bestaand of nieuw gebouwd) vroeg ik me af? De wens van de docenten of de wens van de studenten? En wat als die twee niet met elkaar verenigbaar blijken? Wie weet horen we er binnenkort meer over, want de licentie voor Blackboard loopt af.

De derde sessie ging voor een groot deel over dit rapport http://ec.europa.eu/education/library/reports/modernisation-universities_en.pdf en over de uitdagingen op het snijvlak van learning analytics en open onderwijs. Op 1 staat (natuurlijk) ethische, juridische en privacygerelateerde consequenties. Ondanks de urgentie van het onderwerp was dit voor mij een wat teleurstellende sessie, omdat de gedachtevorming nog maar net op gang lijkt te komen. Ik heb me wel de hele sessie af zitten vragen wat wij als UB bij zouden kunnen dragen aan learning analytics (Johan stelde die vraag ook al eens hardop), maar kwam daar nog niet uit. Misschien is het zo simpel als achterhalen wie er binnen de UU bezig is met LA en een keer aan tafel gaan zitten.

De vierde sessie miste ik, omdat ik met een aantal verschillende collega’s in gesprek raakte. Overigens niet door gebruik te maken van de Netwerkapp die voor dat doel was bedacht (http://www.deonderwijsdagen.nl/actueel/759-netwerken-via-de-owd14-app-download-de-app-en-kom-in-contact-met-andere-bezoekers/) maar gewoon door “hoi” te zeggen.

De dag werd ook weer wervelend afgesloten, met een keynote van Pedro de Bruyckere. Ook hij was kritisch over de neiging om achter allerlei trends aan te lopen, veel van die trends zijn volgens hem al lang en breed op zijn retour (zie Gartners hype cycle http://www.gartner.com/newsroom/id/2819918). Bovendien hebben we in het verleden al heel vaak gedacht dat technologie het onderwijs zou veranderen, maar het is vaker andersom (denk bijvoorbeeld aan School TV!)  De echte innovaties zijn vaak klein en vliegen onder de radar door, zoals dit onderzoek waarin het principe van spaced repetition (lesstof in intervallen herhalen) gecombineerd werden met algoritmes voor personalized review (Amazon!) http://pss.sagepub.com/content/25/3/639.full

Tot zover mijn korte weergave van de dag, spreek me vooral aan als je over bepaalde onderwerpen meer wilt weten- ik heb flink aantekeningen gemaakt :-)

Geplaatst in I&M2.0 | Tags: , , , | 2 reacties

Screencastify

Met Screencastify kun je ontzettend eenvoudig opnamen maken van je handelingen in Google Chrome. Het is een extensie op Chrome en daardoor zonder problemen te installeren, ook op UU-pc’s. Idealiter zou je er wel een webcam/microfoon bij moeten hebben. Handig om bijvoorbeeld aan een docent te laten zien hoe je in PL een literatuurlijst maakt.

Zo eenvoudig als het installeren en gebruiken van Screencastify is, zo eenvoudig is het maken van een goede opname natuurlijk niet. Dat blijkt wel uit mijn eerste filmpje.

Met dank aan André Manssen voor het idee.

Geplaatst in google en google diensten, idee | Tags: , | Een reactie plaatsen

Paperity: a multidisciplinary Open Access content aggregator

Although the main target of Open Access is … well, just that, content being freely and openly accessible for anyone in perpetuity, it does have the additional advantage that content may be re-used. Of course that use has to fit with the license given, but with most OA having a CC-BY license, there are a lot of opportunities for aggregation, text mining and the like. It is interesting that up to now only a few aggregation initiatives have sprung up, most notably PubMed Central (3.2M full text OA papers) and Europe PubMed Central  (570K full text OA papers), that aggregate OA content in biomedical and life science. In PMC and PMC Europe most content is deposited by publishers and authors. Apart from these subject specific initiatives there aren’t many full text OA aggregators. Other sites either are not limited to OA and do not aggregate the papers in one place (e.g. Google Scholar) or  do no full text indexing and also no aggregation (e.g. BASE, Oaister, DOAJ).

Enter Paperity, that was launched last week (so in October 2014): a multidisciplinary aggregator of Open Access scholarly content. It holds over 160K articles from over 2,100 journals. It is an initiative from Poland (well at least the founder is from Poland, although the website is registered in France) and led by Marcin Wojnarski. Paperity has a slick and friendly website that offers access to aggregated OA content, with full text search and a built-in PDF-reader. It promises more functionality to communicate around papers and use Web 2.0 options. It has a list of journals covered, and links to versions of the same paper on publisher websites. Publishers/editors of OA journals can request for their journals to be included.

Almost immediately, on Twitter and  in a thread over at the GOAL Open Access discussion list, questions were raised, and answers given, that I will summarize here.

1) What are the inclusion criteria used by Paperity? Paperity aims at 100% of Open Access peer reviewed papers. Currently it is at 160K papers, which is somewhere around 10% of Gold OA papers but below 2 percent if you include of Green OA content. It is not stated explicitly but it seems logical y that Paperity only aggregates stuff that it is allowed to aggregate (so not if ‘no derivatives’ is in the CC license).
2) What is the business model of Paperity? Paperity seems to have started as a ‘non-profit academic project’, but it will have to look for more structural funding, which might include adds or charging journals.
3) Will Paperity allow text mining through a API or otherwise? According to Wojnarski that is not possible currently but Paperity is certainly sympathetic to the idea.
4) Why does Paperity focus on Gold OA journals? Paperity regards this content as the most reliable in terms of bibliographic data. Although repositories are easy to harvest, Paperity says that determining the version and status of texts is more difficult than with publisher provided full text journals. This initial focus on Gold OA also makes it easier to strictly have only peer reviewed content, according to Paperity.

If Paperity develops further I would like to see them start aggregating Green OA soon and also add more functionality in the built in PDF reader (e.g. annotations), text mining options, more advanced search and browsing and faceted search results.

Jeroen Bosman, @jeroenbosman

Geplaatst in I&M2.0 | 4 reacties

Waarom hebben wij een etalage voor de scripties?

Ik doe onderzoek naar het gebruik van en alternatieven voor onze scriptie etalage (http://studenttheses.library.uu.nl/), als dienst bij ons Scriptie Archief. Waarom bieden wij een aparte ingang met blader- en zoekfunctionaliteit voor Utrechtse scripties? Ongeveer 90% van het gebruik van de scripties in het archief gaat buiten onze etalage om.

Hieronder een aantal specifieke doelen die de etalage mogelijk dient.

  1. Known item search: zoeken naar een specifieke Utrechtse scriptie.
  2. Overzicht van binnen een opleiding gepubliceerde scripties, als voorbeeld/inspiratie voor studenten die starten met een scriptie.
  3. Idem, maar dan voor een specifieke supervisor.
  4. Overzicht van binnen een opleiding gepubliceerde scripties tbv een visitatie
  5. Overzicht van binnen een opleiding gepubliceerde scripties tbv aankomende studenten.

Heeft iemand hier iets aan toe te voegen?

Een mogelijk alternatief voor onze etalage is een landelijk zoeksysteem voor scripties, gemaakt in Groningen (http://scripties.ned.ub.rug.nl/). Ik dacht dat er ook nog een Engelse/Amerikaanse zoekmachine was waarmee onze scripties te vinden waren, maar kan die nergens terug vinden. Iemand een idee?

Geplaatst in I&M2.0 | 10 reacties