10.862

Dit was het antwoord dat ik kreeg op mijn vraag of de Chicago Manual of Style wel geraadpleegd werd. 10.862 x in de maanden januari t/m juni 2014! En dat voor een tamelijk knullige website waarvan velen zich afvroegen of er wel behoefte aan zou zijn.

Ja dus.

Na een jaar op proef blijven we deze gids dus aanbieden. Je kunt ‘m via de LibGuides nog meer onder de aandacht brengen met deze box, terug te vinden in de LibGuide Media Studies (nog in bewerking).

Geplaatst in bibliografisch & databases, I&M2.0 | Een reactie plaatsen

Bibliotheek mag boeken digitaliseren zonder toestemming

Europese bibliotheken mogen boeken digitaliseren en via speciale terminals beschikbaar maken voor lezers. Dat heeft het Europees Hof van Justitie vandaag geoordeeld.  (pdf).

De Duitse uitgever Eugen Ulmer wilde voorkomen dat de Technische Universiteit Darmstadt een boek digitaliseert en het door zijn studenten op usb-sticks laat zetten.

Digitale boeken via usb-sticks de bibliotheek uit nemen mag nog steeds niet zonder een “eerlijke compensatie” te bieden aan de houders van auteursrechten, stelt het Hof. Maar voor het raadplegen van gedigitaliseerde boeken binnen de bibliotheek is zo’n vergoeding niet nodig.

Geplaatst in I&M2.0 | Een reactie plaatsen

Digitaal geheugenverlies

Afgelopen zondag stond het tv programma Tegenlicht in het teken van Digitaal geheugenverlies. Belangrijke vraag was hoe wij onze digitale bestanden, zowel woord als beeld, kunnen behouden voor de toekomst. Voor wie het gemist heeft:

http://tegenlicht.vpro.nl/afleveringen/2014-2015/digitaal-geheugenverlies.html

Geplaatst in I&M2.0 | 4 reacties

The library is a growing organism

It is an accepted biological fact that a growing organism alone will survive. An organism which ceases to grow will petrify and perish. The Fifth Law invites our attention to the fact that the library, as an institution, has all the attributes of a growing organism. A growing organism takes in new matter, casts off old matter, changes in size and takes new shapes and forms.

Als je in de zomermaanden aan het werk bent, heb je wat meer tijd om eens wat te lezen. Ik las dit rapport http://oclc.org/research/publications/library/2014/oclcresearch-reordering-ranganathan-2014-overview.html (dank voor de tip Dorinne!).

Uitgangspunt zijn de 5 wetten van Ranganathan uit 1931 (Five Laws of Library Science), die in dit rapport onderzocht en hertaald naar de situatie in 2014 worden.
Ranganathan
“Save the time of the reader” wordt “Embed library systems and services into users’ existing workflows”
“Every person his or her book” wordt “Know your community and its needs”
“Books are for use” wordt “Develop the physical and technical infrastructure needed to deliver physical and digital materials”
“Every book its reader” wordt “Increase the discoverability, access and use of resources within users’ existing workflows”
De vijfde wet is en blijft “A library is a growing organism”

Het rapport is vlot geschreven, dus schrik niet van de omvang, je bent er zo doorheen. Mij vielen een paar dingen op. Ten eerste de sterke mate waarin dit aansluit bij Zoeken en Vinden. Ten tweede het feit dat onze medewerkers meer dan ooit onze ‘unique selling point’ zijn. Ten derde het feit dat ik geen feilloos inzicht meer heb in studenten (Amerikaanse studenten gebruiken Amazon als discovery tool? Really?). Kortom: ik voel me bevestigd als projectleider Z&V, gewaardeerd als medewerker en… een tikkeltje oud.

Geplaatst in I&M2.0 | Een reactie plaatsen

Stand van zaken invoering Pure juli 2014

Vanaf begin dit jaar is de Universiteit Utrecht bezig met de invoering van Pure, het Current Research Informatie Systeem (CRIS) van Elsevier, dat de UU gekozen heeft als opvolger van Metis. Pure wordt ingevoerd op de hele universiteit, maar er komen 2 databases: één Pure database voor het UMCU en één voor de UU. Er is sprake van 2 gescheiden implementatietrajecten, maar natuurlijk wordt er zoveel mogelijk samen opgetrokken. Bij de UU is de koppeling met het SAP systeem nu gerealiseerd (d.w.z. dat personen en aanstellingen nu in Pure zitten) en is men een heel eind gevorderd met de migratie van de publicaties van Metis naar Pure. De invoering bij het UMCU loopt iets achter op dat van de UU. Invoering bij de UU staat gepland voor dit najaar, dan zullen de faculteiten voor het eerst breed met Pure geconfronteerd worden.
Rol van de Universiteitsbibliotheek in Pure
Even recapituleren: wat doen we als UB ook al weer met een CRIS? Metis was het toevoerkanaal voor het Igitur Archief (nu: Utrecht University Repository): Utrechtse publicaties, voor zover er een fulltext aan toegevoegd was, kwamen via Metis naar DSpace en werden, indien dit auteursrechtelijk toegestaan was (DV controleerde daarop) zichtbaar in het Igitur Archief. Op deze manier hoefden wetenschappers slechts één keer metadata in te voeren voor registratie en archivering van hun publicaties in plaats van twee keer. Voor een aantal faculteiten of departementen verzorgde de UB tegen betaling de invoer in Metis. De UB zorgde vervolgens dat de Utrechtse publicaties ook elders zichtbaar werden, bijvoorbeeld in NARCIS, de nationale portal.
Pure is een completer en gebruiksvriendelijker CRIS dan Metis.
– Completer omdat Pure behalve de functie van registratie van de Utrechtse wetenschappelijke productie, ook bijv. een uitgebreide portalfunctionaliteit kent. Pure zou bijv. de rol van de Profielpagina’s of van de repository kunnen overnemen. Overigens zit dit niet in de scope van het huidige implementatietraject!
– Gebruiksvriendelijker omdat bijv. publicaties niet van scratch af aan ingevoerd hoeven te worden in Pure. Pure “harvest” initieel grote databases als Scopus of Pubmed en biedt onderzoekers die informatie aan. Onderzoekers hoeven dan alleen hun publicaties nog maar te claimen (=aan te merken dat die publicaties (mede) door hen geschreven zijn).

Deze kenmerken maken dat de invoering van Pure meer consequenties voor de UBU heeft dan simpelweg de interface met Metis vervangen voor die met Pure. Dat was begin af aan duidelijk, dus heeft de UB vooraf in maart de beleidsuitgangspunten t.a.v. repository en CRIS vastgesteld. Dit document dient als leidraad voor de rol van de UBU in Pure. Beleidsuitgangspunten repository en CRIS _MO

Wat is er tot nu toe gebeurd?
• In april is het werkpakket Interface Pure-DSpace (de DSpace connector) gestart. Hierin heeft vooral Marina Muilwijk een belangrijke rol, maar ook DV heeft een bijdrage geleverd door een mapping te maken tussen de metadatavelden in DSpace en die in Pure. Martin Slabbertje en ICT hebben gezorgd voor een DSpace testcollectie en een koppeling met de Pure testomgeving. Inmiddels, na wat strubbelingen, kan er nu getest worden. Daarvoor heeft Guido van Dongen voor DV een testprotocol opgesteld. De komende weken wordt in verschillende iteraties gekeken of inderdaad alle publicaties met alle gewenste velden netjes meekomen naar DSpace.
• Tegelijkertijd zijn met DV sessies gehouden over de toekomstige rol van m.n. DV in de Pure processen. In de beleidsuitgangspunten is nl. gesteld dat de UB op basis van haar expertise de eindverantwoordelijkheid heeft voor de kwaliteit van de bibliografische metadata en de metadata met betrekking tot Open Access in het CRIS. Wat heeft dit voor consequenties voor de rol van DV en ligt hier misschien een nieuwe uitdaging?
• Vanuit het project is de UB gevraagd mee te denken welke databases als bron zouden kunnen dienen voor Pure. Er zijn ca. 10 databases waarmee Pure een standaard koppeling heeft, daaronder vallen bijv. Scopus, Web of Science, Pubmed etc. Heleen van der Linden en Désiree ten Dam hebben uitgezocht of de UU licenties had op deze databases: of we ze überhaupt móchten aansluiten. Vervolgens is aan de vakspecialisten de vraag gesteld welke databases voor hun onderzoekers van belang waren (finetuning) en of er wellicht andere databases in hun discipline interessant zijn om aan te sluiten. Op deze vraag komen de antwoorden nu binnen.
• Ondertussen spelen allerlei kwesties rondom Open Access, het toekennen van embargo’s bijvoorbeeld. Tot nu toe werden deze zaken binnen DSpace geregeld, maar de tendens is nu dat binnen Pure te regelen en de betreffende informatie via de DSpace connector binnen te halen. Dat betekent een heel andere manier van werken, maar ook een risico. Komt alle informatie die wij nodig hebben juist en volledig mee en hoe borgen we dat zoveel mogelijk publicaties Open Access beschikbaar komen?
• Begin juli zijn we in het project begonnen met het bepalen van de workflow: wie doet (en mag) wat wanneer in Pure en hoe? En voor ons: wat wordt de rol van de UBU? Samen met DV hebben we gekeken in welke Pure processen de UBU een rol kan spelen. Zo is al bepaald dat de UBU administrator of journals wordt: de tijdschriftenlijst in Pure gaat bijhouden. De UBU krijgt verder een belangrijke rol bij de Invoer van publicaties: het controleren van de metadata en het bepalen of een publicaties in de repository zichtbaar mag worden of niet. Hoe dat precies in zijn werk gaat zal in de komende maanden in de praktijk uitgetest moeten worden.
• Op korte termijn gaan we dus testen, bijstellen, testen, weer bijstellen etc. En dat betekent veel werk, vooral voor het testteam bij DV.

Vanuit de projectleiding is de volgende projectplanning bekend gemaakt. 2014 06 25 Planning Pure op hoofdlijnen NB: dit betreft dus alleen de planning van de UU, niet van het UMCU!

NB: Momenteel wordt op diverse andere instellingen in Nederland Metis vervangen. Tilburg en Groningen hebben ondertussen Pure in gebruik genomen, ook de KNAW heeft voor Pure gekozen. Leiden gebruikt Converis (het pakket van Thomson Reuters). Ook Rotterdam gaat Converis gebruiken. Andere instellingen zijn nog in de fase van pakketselectie.

Meer informatie? Vraag het aan Saskia Franken . s.franken@uu.nl of Guido van Dongen g.vandongen@uu.nl

Geplaatst in I&M2.0 | 2 reacties

PhilPapers

Sinds kort sponsort de universiteitsbibliotheek Utrecht PhilPapers. Een dienst die zowel index agregator is als Open Access archief voor wijsbegeerte. Er zit twee keer zoveel materiaal in de index als de Philosophers index en het is de grootste collectie Open Access materiaal voor dit vakgebied. Een prachtige tool voor iedereen die zich ook maar een beetje bezig houdt met filosofie. Denk bijvoorbeeld aan wetenschapsfilosofie.
Je kunt je eigen profiel aanmaken, andere gebruikers volgen, attenderingen krijgen, bibliografietjes maken, leeslijsten, etc.

Het is zeer de moeite waard om eens een kijkje te nemen en als je het interessant vind laat je dan niet weerhouden om het aan anderen te vertellen.

Dat de universiteitsbibliotheek daar een abonnement op neemt is mooi. Per jaar betalen we een vast bedrag. We steunen op deze manier dit bestand en zo houden we het Open Access en dus beschikbaar voor iedereen. Boven in beeld op de website van PhilPapers zie je dan ook “Access sponsored by Utrecht University”.

Geplaatst in I&M2.0 | 1 reactie