Scholarly Communication: traditie en vernieuwing

Een bericht op het blog van Bert Zeeman vestigde mijn aandacht op een grootschalig onderzoek van het Center for Studies in Higher Education van de University of California naar Scholarly Communication in zeven uiteenlopende vakgebieden: archeologie, astrofysica, biologie, economie, geschiedenis, muziekwetenschap en politicologie. Belangrijke vragen in het onderzoek zijn hoe onderzoekers in deze vakgebieden hun onderzoek willen publiceren en hoe en wanneer ze hierbij willen samenwerken met andere wetenschappers. Om deze vragen te kunnen beantwoorden hebben de onderzoekers ongeveer 160 wetenschappers uitgebreid geïnterviewd.

Voor wie niet de 734 pagina’s (!) van het rapport wil lezen volgen hier een paar interessante uitkomsten. Voornamelijk gebaseerd op het eerste hoofdstuk (Overview, findings and conclusions). Ook ik lees geen 734 pagina’s. Voor de vakspecialisten kan het hoofdstuk over hun vakgebied interessant zijn om door te nemen. Voor de projectmedewerkers van PODIUM zijn er de paragrafen over data sharing en voor de VKC’ers onder ons die over collaboration. Opmerkingen of aanvullingen zijn welkom.

Jong = vooruitstrevend?
Jonge, e-vaardige onderzoekers wijken niet van de gebaande paden af. Juist zij kiezen met het oog op hun wetenschappelijke carriëre voor de traditionele geaccepteerde communicatievormen. Het zijn de gevestigde wetenschappers die zich meer vrijheden kunnen veroorloven. Jonge wetenschappers wordt geadviseerd niet teveel tijd te verspillen aan randzaken (zoals bloggen!).

Crisis in Publishing
De “Crisis in Publishing” (met name de stijgende prijzen van tijdschriften) leeft niet bij de meeste wetenschappers. In een vakgebied als Geschiedenis speelt niet de “serial crisis”, maar de “monograph crisis” een rol.

Onderzoeksresultaten delen
Het delen van onderzoeksresultaten in de aanloop naar een publicatie verschilt per discipline. Historici houden hun resultaten het liefst voor zichzelf. In zeer competitieve wetenschapsgebieden (bijvoorbeeld in de biomedische hoek) worden onderzoeksresultaten pas gedeeld wanneer het artikel al geaccepteerd is voor publicatie. Dit wordt gezien als een mogelijke verklaring voor “the low uptake of Web 2.0 platforms for sharing early results” (p.18).

Samenwerking
Samenwerking is essentieel in de wetenschap. In sommige vakgebieden worden technische faciliteiten als Skype en wikis gebruikt, maar vaak worden documenten via de mail of ftp gedeeld met behulp van “track changes”. Iedereen benadrukt vooral het belang van persoonlijk contact.

Ondersteuning
In de Betahoek wordt veel onderzoeksgeld gestoken in laboratoria en databeheer. Binnen de humaniora wordt de bibliotheek gezien als een belangrijke ondersteunende dienst. De bibliotheek als laboratorium van de Geesteswetenschappen, inmiddels een gevleugelde uitdrukking. Overigens wordt voor technische ondersteuning de voorkeur gegeven aan “technology-savvy scholars”, boven een universitair ICT centrum. Ook dat geluid kennen we uit Utrecht.

Peer Review
Veel wordt gezegd over peer review. Peer review is net als de democratie: het minst slechte systeem. Alternatieven worden wel gezocht, maar nog niet gevonden. Non-peer-reviewed journals worden vaak verward met Open Access journals. Dat zal de reputatie van OA geen goed doen.

Dit bericht werd geplaatst in I&M2.0. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s