LibraryCampNL unconference: experiment geslaagd!

Bianca Kramer, Pieter Reeve en ik (Anja Bastenhof) waren afgelopen zaterdag naar LibCampNL, de eerste Nederlandse unconference voor de bibliotheeksector. Wat is een unconference? Veel vakmensen bij elkaar in een zaal, dat maak je wel vaker mee, maar nu komt het: zonder programma! Er waren zalen gereserveerd bij de Hogeschool van Amsterdam voor een 20-tal sessies. Op de LibCampNL website stonden een paar aanzetten: het programma moest van de deelnemers zelf komen. Maar hoe?

Tijdens de uitgebreide voorstelronde (we waren naar verluid 80 deelnemers), mocht iedereen zichzelf voorstellen en vertellen wat hem of haar verwachtingen waren. “Dit duurt wat lang, maar is bij een unconference wel belangrijk” was het commentaar van een van de organisatoren,  Wilma van den Brink (infospec, HvA). Ondertussen inventariseerden de organisatoren de thema’s die de revue passeerden. Inspiratie, ideeën, kruisbestuiving, toekomstvisie, dat was iedereen komen halen. Een enkele gaf toe blanco te zijn gekomen, een andere te komen ‘lurken’, tegelijk verontschuldigend omdat bij een unconference meer verwacht wordt van de deelnemers: actieve opstelling, inhoudelijke inbreng. UB’ s waren niet ruim vertegenwoordigd, naast ons drie van de UU een paar van collega’s van de UvA. Er waren veel collega’s van openbare bibliotheken, hogescholen en speciale bibliotheken. Er zaten daar ook een paar commerciële partijen bij,  ‘embedded’  en op veldonderzoek naar de behoeften van hun klanten (wij allen dus!).

Dat LibCamp ook een CakeCamp was, met taarten gebakken door de bakgekken en gekocht door de anderen. Mooie illustratie van het principe van actieve deelnemers! Het resultaat loog er niet om.

Social media (door Pieter)
De track over het gebruik van sociale media in de bibliotheek gaf een interessant beeld van wat er in andere bibliotheken met de verschillende media gedaan wordt. Facebook en Twitter zijn de belangrijkste en er wordt veel geblogd. De meesten maakten al een tijd lang gebruik van sociale media en wisten ook waarom ze dat deden. Maar er waren er ook bij die nog maar net begonnen waren met twitteren en nog aan het experimenteren waren. Een Vlaamse collega uit Gent vertelde hoe ze haar facebook pagina had opgesteld en hoe verbaasd ze was over het verrassend hoge aantal trouwe volgers. “Geen idee waar ze vandaan komen we hebben niets aan marketing gedaan en toch blijven ze komen” We wilden meteen allemaal haar geheim weten. Het bleek voor de hand te liggen. Regelmatig goede content plaatsen.

Een ander ‘fenomeen’ met sociale media in bibliotheken is dat het management nog niet overtuigd is van het nut hiervan en enthousiaste medewerkers dus de kans ontneemt om een goede strategie te ontwikkelen. Gelukkig hebben we in Utrecht wel de kans om al doende te experimenteren en worden we gesteund met het neerzetten van een goede basis op dit gebied. Wat opvalt is de tegenstelling. Aan de ene kant lijken er nog veel bibliotheken te worstelen met de verschillende mogelijkheden. Voor hun is het nog allemaal nieuw. Aan de andere kant zijn er de bibliotheken die niet meer vinden dat het een nieuw fenomeen is en die kijken hoe ze de volgende stap kunnen zetten. Ik denk dat wij ons hierbij mogen scharen.

Deze tegenstelling is trouwens ook goed te zien bij het aantal twitterende/livebloggende deelnemers tijdens deze dag. Het begint steeds gewoner te worden om mensen met de laptop/tablet/smartphone op schoot bezig te zien. Ze zijn dan wel degelijk oplettend aan het deelnemen aan de dicussie al lijkt dat soms niet zo. Op Twitter kun je met #LibCampNL12 volgen wat er wordt uitgewisseld.

Onzichtbaarheid bibliotheek: marketing & PR (door Bianca)
Deze sessie had ik ingebracht, geïnspireerd door een korte discussie op Twitter een paar weken geleden over de vaak genoemde onzichtbaarheid van de bibliotheek als PR-probleem:  moet de klant per se weten dat toegang tot betaalde bronnen via ons loopt? Zoals het hoort op een ‘unconference’ werd de discussie al snel breder getrokken en passeerden vele kansen voor marketing de revue.

Eén van ideeën die langs kwam was om via crowdsourcing een variant te maken op de film ‘Life in a Day ‘ (YouTube), samengesteld uit fragmenten die weergeven wat gebruikers gedurende een dag doen in en met de bibliotheek. Ook was het goed om weer een keer herinnerd te worden aan het idee dat enthousiaste gebruikers (ambassadeurs) voor betere PR kunnen zorgen dan je als organisatie zelf voor elkaar krijgt met alleen ‘zenden’.

Ter inspiratie had ik tijdens mijn (lange) treinreis een verzameling ‘peper-en-zoutvaatjes’ gemaakt – wie kent ze niet van vroeger? Bij het openvouwen komen allerlei verschillende onderwerpen te voorschijn die je als bibliotheek zou kunnen marketen – keuze genoeg!

Open Access/Auteursrechten (door Anja)
Die twee thema’s hebben wel met elkaar te maken, maar de combinatie kwam niet zo uit te verf. Het ging 95% over OA en 5% over auteursrechten. De sessie, toch druk bezocht, werd een beetje een onderonsje tussen de kenners van Open Access, de onderzoeksbibliotheken. Wij waren het natuurlijk met elkaar eens over de voordelen en het zal wel informatief zijn geweest voor de deelnemers, maar we kregen ook weinig vragen of tegengeluiden te horen.  Ik heb maar meteen promotie gedaan voor onze drie nieuwe OA tijdschriften (en BMGN genoemd), die immers de dag eerder waren gelanceerd. Nog beter was geweest om folders mee te hebben!

Bijzondere illustratie van het nut van Open Access was het voorbeeld van Michel Wesseling, van het IISS (directeur van het International Institute for Social Studies, Erasmus Universiteit; hij is ook voorzitter van de NVB).  Het IISS leidt onderzoekers op uit ontwikkelingslanden: na hun studie keren ze terug naar hun thuisland en krijgen daar opeens geen toegang meer tot de wetenschappelijke publicaties die ze nodig hebben.  In Nederland zie ik nog niet dat universiteiten zich met OA richten op de maatschappij. Moet Open Access zoals universiteiten die opvatten (repositories & eigen journals) nog zijn weg vinden naar Openbare bibliotheken? vraag ik mij af. Achteraf was dit de kans geweest om van OB’s te horen hoe ze tegen OA aankijken. Met hun breed maatschappelijk bereik, bedienen zij potentiële klanten voor OA-tijdschriften: scholieren, hoogopgeleide werkenden en gepensioneerden. Over dat laatste was er een opvallende eyeopener tijdens de voorstelronde: een bibliotheek-collega aan het einde van haar carrière vroeg zich hardop af hoe zij straks in contact zou blijven met het vak en haar collega’s. Inderdaad: wat als je zelf aan de klanten-kant komt te staan? Aardig gedachtenexperiment.

OB’ers verzetten zich tegen de stilte van onze de sector in het publieke debat over auteursrechten. Zij hebben een nieuwe website in het leven geroepen en staan open voor inhoudelijke reacties erop. Ook twitteren ze onder de naam @OpenBibliotheek . Bijzonder pikant dat de kritiek (stilte van onze sector) volgens mij juist gaat over de rol van de NVB als spreekbuis, terwijl Michel Wesseling er net bij zat… er zat een pittige discussie in als we niet snel hadden moeten afronden.

 

Fotoindrukken op Pinterest (hoef je niet voor ingelogd te zijn)
Interviews door de jongens van ThisWeekInLibraries (ze houden bibliotheek trends in de gaten, wel in het Engels)

 

Dit bericht werd geplaatst in I&M2.0. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s