NRC – ingezonden brief

In de NRC van afgelopen zaterdag is een ingezonden brief van Anja Smit en mij geplaatst (Opinie & Debat, p.11) als reactie op een artikel van José van Dijck:

‘Vind ik leuk’ komt in plaats van ‘dat is waar’ Silicon Valley neemt het over van onderwijs en wetenschap (LexisNexis link, alleen voor UU)

De ingezonden brief luidde:

José van Dijck betoogt dat populariteit, voorspelbaarheid en exploiteerbaarheid (onderliggende principes van sociale media) een steeds grotere rol spelen in wetenschap en hoger onderwijs.

Een aantal voorbeelden uit haar artikel behoeft echter nuancering. Zo worden resultaten in Google Scholar niet geordend op basis van hoe vaak deze worden aangeklikt, maar o.a. op basis van hoe vaak een artikel is geciteerd in wetenschappelijke literatuur. Hiermee ordent Google Scholar, net als veel andere wetenschappelijke databases, op relevantie, niet op ‘populariteit’.

Een ander voorbeeld betreft ‘most downloaded’ publicaties en de mate waarin over publicaties getwitterd wordt. Beide vormen van ‘altmetrics’ staan niet op zichzelf, maar zijn onderdeel van een ontwikkeling waarin gezocht  wordt naar alternatieven voor de beperkingen van de citatie-index, die impact alleen bepaalt op tijdschriftniveau. De huidige vormen van altmetrics zijn echter nog niet robuust genoeg om de citatie-index als beoordelingsinstrument te vervangen.

Verder maakt José van Dijck zich zorgen dat voor veel studenten Google (Scholar) een belangrijker zoekinstrument is dan de bibliotheek. De rol van de bibliotheek verschuift van het bieden van een eigen zoekingang naar het toegankelijk maken van informatie die via externe zoekmachines gevonden wordt. Daarnaast biedt de bibliotheek vakspecifieke databases, en ondersteunt ze gebruikers in de keuze en het goed gebruik van zoekmachines en databases.

Online beschikbaarheid  van wetenschappelijke  literatuur en online interactie tussen wetenschappers bieden nieuwe mogelijkheden. Deze mogelijkheden moeten kritisch beoordeeld worden, zonder de soms verborgen commerciële belangen te negeren.  Anderzijds is het  belangrijk om niet alle online interactie gelijk te stellen aan de ‘Like’-knop van Facebook.

Anja Smit, bibliothecaris Universiteitsbibliotheek Utrecht
Bianca Kramer, informatiespecialist Universiteitsbibliotheek Utrecht

Over Bianca Kramer

scholarly communication, Utrecht University Library
Dit bericht werd geplaatst in I&M2.0. Bookmark de permalink .

3 reacties op NRC – ingezonden brief

  1. Jeroen Bosman zegt:

    Goede reactie op het stuk van Van Dijck, dat ik overigens wel in grote lijnen onderschrijf wat betreft de keerzijden van het ‘leuk-denken’ en de greep van commerciële organisaties op data. Ik heb wel nog een paar nuanceringen op de reactie.

    1) Ik zou aantallen citaties niet gelijktstellen aan relevantie. Er zijn zo veel andere factoren die de citatiekans van artikelen bepalen, waaronder zichtbaarheid en beschikbaarheid van publicaties.

    2) De relevantieordening die bij Google Scholar wordt toegepast draagt wel in die zin relevantie in zich voor de gebruiker van de zoekmachine, dat wordt gekeken naar de mate waarin een document overeenkomt met de ingevoerde zoekvraag. Dat is dus meer technische relevantie dan enige maat voor het belang een artikel in de wetenschap. Het is onduidelijk in welke onderlinge verhouding citaties en deze technische relevantie de volgorde van zoekresultaten bij Google Scholar bepalen.

    3) Altmetrics komen wel op als reactie op beperkingen van citatieindexen, maar dan niet zozeer de beperking dat deze op tijdschriftniveau werken – want dat is niet zo – maar dat deze erg traag werken en impact buiten de wereld van peer reviewed wetenschappelijke tijdschriftartikelen niet meten.

    4) Impactmeting op basis van het tijdschriftniveau is geen beperking van citatieindexen maar komt vort uit enige gemakzucht bij universitaire programmaleiders en bestuurders die een simpele lijst willen van tijdschriften waarin men moet publiceren in plaats van echt citatieonderzoek te doen waarbij wordt gekeken naar daadwerkelijke citaties van individuele onderzoekers. Als uitweg wordt de laatste jaren steeds meer gekeken naar de h-index, een maat die wel meet op individueeel niveau. Helaas wordt ook deze maat wel erg klakkeloos overal gebruikt en gepubliceerd, zonder aanduiding van de vele beperkingen ervan.

  2. Volkert Groothoff zegt:

    Vanmorgen las ik juist het blog Impact of Social Sciences
    “Can librarians trust resources found on Google Scholar? Yes… and no.”
    http://blogs.lse.ac.uk/impactofsocialsciences/2012/09/17/can-science-students-and-researchers-trust-resources-found-on-google-scholar-yes-and-no/

    Misschien ‘leuk’ om ons in die discussie te mengen.

  3. Pieter R zegt:

    Volgens mij zou dit wel eens een fundamentele discussie kunnen gaan worden. Als wetenschappers namelijk nog meer dan dat ze nu al doen elkaar gaan citeren als een ‘vriendendienstje’ en studenten gaan gebruiken wat ze van elkaar via Facebook/Dropbox/WeTransfer krijgen toegeschoven als tips, hoe gaan wij daar dan tussenzitten om te zorgen dat ze verder zoeken dan de ‘meest populaire’ publicaties?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s