Uitgeverijen in het literaire veld

Vanochtend mocht ik een gastoptreden verzorgen in de cursus Uitgeverijen in het literaire veld: theorie en onderzoek van Frank de Glas. In een soort interviewvorm hebben we ontwikkelingen in de academische wereld en bij universiteitsbibliotheken besproken in relatie tot uitgeverijen van serieuze non-fictie.

Frank de Glas schetste in de inleiding de ontwikkeling in uitgeversland:

Tot in de jaren 60/70 was er een redelijk nauwe samenhang tussen uitgevers van het algemene, wetenschappelijke en schoolboek. Uitgeverijen hadden vaak deelfondsen A-W-E onder één dak en maakten gebruik van het model van interne subsidiëring: je verdient geld met het ene en gebruikt de inkomsten deels om een breed gevarieerd fonds overeind te houden waarin ook verliesgevende uitgaven een plaats krijgen. Algemene en wetenschappelijke boeken verschenen zo naast elkaar in één uitgevershuis [Kluwer, Elsevier].

Vanaf de jaren 80 zie je dat W-uitgevers [a]  hun fondsen van het algemene boek gaan afstoten [b] zich aaneensluiten in grote (internationaal georiënteerde) verbanden,  [c] Engelstalige uitgaven centraal stellen [d] tijdschriften belangrijker vinden dan boeken (monografieën) [e] digitaal gaan prefereren boven papier.

Gevolgen: positie van de producenten van serieuze non-fictie verzwakt.

De toekomst van het wetenschappelijke en serieuze nonfictie-boek bij Nederlandse uitgeverijen 

In het verleden vormde de afzet aan wetenschappelijke bibliotheken een aanvulling op de verkoop door serieuze Nederlandse nonfictie-uitgeverijen aan individuele consumenten via assortimentsboekhandel.

Sinds enkele decennia groeit dit steeds meer uit elkaar: er lijken aparte circuits te ontstaan voor de afzet van het Nederlandstalige serieuze NF/ wetenschappelijke boek via enerzijds de assortimentsboekhandel, anderzijds de wetenschappelijke bibliotheek. 

Hieronder vinden jullie de gedachten over het onderwerp die ik voorafgaand aan het college op papier had gezet. Voor een groot deel zijn deze onderwerpen op enig moment wel ter sprake gekomen, maar dan meer improviserend en in reactie op vragen.

Wat zijn de ontwikkelingen in de wetenschappelijke bibliotheek:

  1. Bibliotheekbudgetten onder druk
    Bibliotheekbudgetten wereldwijd staan onder druk. De uitgaven aan tijdschriften zitten meestal in zogenaamde Big Deals met uitgevers, waarbij we toegang kopen tot veel of zelfs alle tijdschriften. Als er minder geld beschikbaar is voor de collectie, dan gaat dat dus bijna automatisch ten koste van de aanschaf van boeken.
  2. Internationaal publiceren
    Niet per sé binnen de bibliotheek, maar binnen de wetenschap zie je een verschuiving naar Engelstalig publiceren. Ik was op een symposium over de toekomst van het tijdschrift in de Neerlandistiek. Thomas Vaessens, hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde, was een van de sprekers. Hij schetste het publicatiegedrag van zijn vakgroep. Ze publiceren voornamelijk in internationale tijdschriften. En in de toekomst verwachten ze zelfs uitsluitend internationaal te publiceren.
  3. Digitaal publiceren
    Voor tijdschriften hebben we al zeker 10 jaar te maken met een overgang van papier naar digitaal. Het digitale tijdschrift is inmiddels de norm. Binnen de Geesteswetenschappen zijn er nog veel papieren tijdschriften, vaak binnen de kleinere taalgebieden of vakgebieden. Onze bibliotheek heeft nog ruim 800 abonnementen op papieren tijdschriften. Maar het zal voor die papieren tijdschriften steeds lastiger worden zich te handhaven. Auteurs willen niet meer publiceren in die tijdschriften en bibliotheken zullen abonnementen stop zetten.
    Die ontwikkeling begint nu ook voor boeken op gang te komen. In 2010 kocht de UBU voor het eerst e-books, toen ging 20% van onze uitgaven aan boeken naar e-books. In 2013 was dit percentage al opgelopen tot 40% en misschien al in 2014 zullen de uitgaven aan e-books die aan gedrukte boeken overtreffen. Dit betreft, voor alle duidelijkheid, alleen de Geesteswetenschappen. Voor andere faculteiten is het aandeel e-books al veel hoger.
  4. Open Access
    Er is een beweging in de wetenschap richting Open Access. Het ideaal achter deze beweging is dat wetenschappelijke informatie vrij beschikbaar hoort te zijn. Om innovatie te bevorderen en, wat mij betreft minder sterk, omdat dit onderzoek door de belastingbetaler mogelijk wordt gemaakt. Dit betekent dat de lezer niet meer hoeft te betalen voor het kunnen lezen van een publicatie. Maar publiceren, ook Open Access publiceren, is niet gratis. Dus moet iemand anders, bijvoorbeeld de auteur, betalen voor het publiceren van zijn onderzoek. Maar het kan ook betekenen dat bibliotheken, universiteiten of subsidieverstrekkers de publicatie gaan sponsoren.

Wat ik hier schets zijn algemene ontwikkelingen. Ten opzichte van bijvoorbeeld Sociale Wetenschappen of Geneeskunde zijn de Geesteswetenschappen veel minder ver in digitaal publiceren of Open Access. Maar diezelfde verschillen zie je ook binnen de Geesteswetenschappen. De verschillen tussen de Neerlandistiek en Engels, of tussen Theaterwetenschap en Filmwetenschap, zijn even groot als die tussen Geesteswetenschappen en Geneeskunde.

In deze ontwikkelingen schuilen verschillende bedreigingen voor het serieuze non-fictie boek. Het gat tussen wetenschappelijke uitgevers en non-fictie uitgevers wordt groter. De één Engelstalig, de ander Nederlandstalig. De één digitaal, de ander op papier, de één Open Access, de ander nog traditioneel. Dit betekent dat de non-fictie uitgevers van de radar dreigen te verdwijnen. Het is niet meer vanzelfsprekend dat hun boeken door wetenschappelijke bibliotheken worden aangeschaft. Hiermee zeg ik niet dat de wetenschappelijke bibliotheken deze helemaal niet meer kopen. Maar we kopen minder en misschien pas als een klant er specifiek om vraagt.

[Noot achteraf: als je kijkt naar de fondsen van de specifieke uitgevers als Boom en Van Tilt, dan denk ik dat wij veel van die titels nog steeds aanschaffen. Het betreft veel Nederlanse cultuur en geschiedenis, disciplines waarvoor wij relatief veel aanschaffen. Disciplines ook waarin zo weinig wordt gepubliceerd dat bijna elke publicatie een aanwinst is.]

Ik wil hier nog wel één ontwikkeling tegenover stellen die wel positief is voor de serieuze non-fictie: valorisatie. Valorisatie is het verzilveren van wetenschappelijke kennis en techniek ten bate van de maatschappij. Open Access speelt in de valorisatie wel een rol, de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek komen voor iedereen beschikbaar. Maar dat een “gewone burger” toegang heeft tot een wetenschappelijke publicatie betekent nog niet dat hij of zij daar iets aan heeft. Ik denk dat zeker in de Geesteswetenschappen de serieuze non-fictie een belangrijke rol speelt in het vertalen van dat wetenschappelijke onderzoek naar de maatschappij.

Uitgevers en e-books

Ik vertelde eerder dat we voor de tijdschriften al een overgang van papier naar digitaal hebben gemaakt in de afgelopen 10 jaar en dat we dit nu voor boeken ook zien gebeuren. Maar er is wel een essentieel verschil tussen beide. Wetenschappelijke bibliotheken zijn bijna exclusief de abonnees van wetenschappelijke tijdschriften. Individuele abonnementen op deze tijdschriften zijn een uitzondering. Voor wetenschappelijke boeken, en al helemaal voor serieuze non-fictie, is die situatie heel anders. Uitgevers zijn ontzettend bang dat het publiceren van e-books hun markt gaat verstoren. Waarom zou je als student verplicht onderwijsmateriaal aanschaffen als je het via de Universiteitsbibliotheek gratis kunt downloaden. Waarom zou je als burger een digitale biografie van Willem I kopen als die via de openbare bibliotheek beschikbaar is. Of (illegaal) van Internet gehaald kan worden.

Uitgevers reageren op verschillende manieren:

  1. Via de prijs. Waar e-books voor particulieren vaak (iets) goedkoper zijn dan papieren versies, zijn e-books voor bibliotheken soms veel duurder. Er zijn uitgevers die voor een e-book 4x zoveel vragen als voor een hardback.
  2. Via Digital Rights Management. Je mag bijvoorbeeld een e-book van de bibliotheek maar beperkt uitprinten. Er mag maar één persoon tegelijkertijd een e-book lezen. Je kunt het boek niet offline lezen. Maar ook voor particulieren maken sommige uitgevers het onmogelijk om een ebook te delen met een ander, zoals je wel je papieren boek kunt uitlenen aan een vriend of vriendin.
  3. Door een boek domweg niet als ebook te verkopen, in ieder geval niet aan bibliotheken.

Uitgevers en Open Access 

 Sander Dekker heeft in november 2013 een brief naar de Tweede Kamer gestuurd over Open Access. Hij stelt in die brief dat binnen 5 jaar 60% van de wetenschappelijke artikelen (maar ook boeken!) Open Access beschikbaar moet zijn en binnen 10 jaar 100%. Daarbij dreigt hij in 2016 in de wet op Hoger Onderwijs het Open Access publiceren verplicht te stellen, als er tegen die tijd niet voldoende vorderingen zijn gemaakt. Open Access publiceren wordt de norm, en misschien zelfs de wet.

Dit betekent (misschien?) dat een onderzoeker die binnen zijn aanstelling aan een Universiteit of gefinancierd door overheid een non-fictie boek schrijft, verplicht is dit boek Open Access te publiceren. De vraag is welke gevolgen dit heeft voor uitgevers, een vraag waar ik ook niet direct een antwoord op heb.

  1. De uitgever loopt minder financiële risico’s, want hoeft de kosten niet terug te verdienen door de verkoop van boeken?
  2. De uitgever verliest een deel van haar toegevoegde waarde en wordt misschien overbodig? Distributie en marketing wordt minder belangrijk. Maar redactiewerk blijft, meer dan bij wetenschappelijke publicaties, wel belangrijk?
  3. De kosten voor serieuze non-fictie worden nu gedeeld door de “auteurs” (in de praktijk door Universiteiten, instituten, fondsen) en de lezer. Bij wetenschappelijke publicaties maakt het niet zoveel uit, auteurs en lezers behoren tot dezelfde groep en linksom of rechtsom dragen Universiteiten en Onderzoeksfinanciers de kosten. Maar bij serieuze non-fictie worden de kosten nu gedeeld door de wetenschappelijke wereld (in tijd en geld) en de burgers als lezer. Stel je die non-fictie Open Access beschikbaar, dan worden Universiteiten en Onderzoeksfinanciers als enige verantwoordelijk voor de kosten.

Er zijn wel business modellen waarbij de lezer nog steeds betaalt. Bijvoorbeeld door de verkoop van papieren exemplaren naast het digitale vrij beschikbare exemplaar. Dit model gaat er van uit dat er bij de consument behoefte is en blijft aan gedrukte boeken, ook wanneer ze er voor moeten betalen. Een vergelijkbare optie is het aanbieden van een vrij toegankelijke “kale” versie en een mooie betaalde versie.

[Noot achteraf: in het kader van Open Access hebben we ook kort over de auteurswet gesproken. In artikel 7a staat dat bij werk dat in dienst van een instantie wordt verricht de instantie het auteursrecht bezit, niet de auteur zelf. Voor de Universiteiten zou daar volgens de docent een uitzondering gelden, iets wat ik niet duidelijk terug heb kunnen vinden. Zie bijvoorbeeld de CAO van de VSNU. In ieder geval komt dit pijnpunt in de discussie over Open Access terug, de angst bij wetenschappers dat de werkgever bepaalt wat ze waar publiceren.]

The Long Tail

De theorie van Chris Anderson, de theorie van de Long Tail, voorspelt dat de focus in onze cultuur en economie verschuift van de main stream, de meest populaire producten, naar het gehele veld inclusief de kleine niches. De kracht achter deze ontwikkeling is het Internet, waardoor de kosten van opslag en distributie sterk afnemen. Vertaald naar een uitgever is één ontwikkeling evident. Voorheen moesten werken in oplages worden uitgegeven en raakten uiteindelijk uitverkocht of (erger nog) nooit uitverkocht. Door de verkoop van e-books en het gebruik van printing-on-demand in plaats van vooraf vastgestelde oplages loopt de uitgever minder risico’s en kan de uitgever langer verdienen aan titels.

Volgens The Long Tail maakt online opslag en distributie het ook mogelijk om meer voor specifieke niches te publiceren. Op de korte termijn verdienen deze publicaties zich niet terug, maar over een langere periode bezien wel. Je kunt je afvragen of dit voor non-fictie uitgevers ook werkt. De theorie is niet onomstreden. Er zijn onderzoeken gedaan waarin van een long tail helemaal geen sprake is. Je kunt je ook afvragen of deze uitgevers het zich kunnen veroorloven zo lang te wachten op het terugverdienen van een publicatie. Chris Anderson verwijst naar partijen als Amazon en iTunes, maar geldt ditzelfde principe ook op veel kleinere schaal voor partijen als Boom en Athenaeum?

Het belangrijkst is volgens mij dat de periode waarin de uitgever een publicatie kan terugverdienen en de manieren waarop de uitgever dit kan doen veel groter zijn geworden in een online wereld. De kosten zijn lager, “uitverkocht” bestaat niet meer, boeken kunnen in stukjes worden verkocht, gedistribueerd via Spotify-achtige partijen etc.

Op een Open Access wereld is de theorie van de Long Tail helemaal niet meer van toepassing.

Dit bericht werd geplaatst in boeken, collectievorming, e-books. Bookmark de permalink .

4 reacties op Uitgeverijen in het literaire veld

  1. Jeroen Bosman zegt:

    Mooi verhaal! Ik vraag me af of voor serieuze non-fictie in Open Access crowdfunding een deel van de oplossing kan zijn, zodat niet alle kosten bij de universiteit komen te liggen. Kun je het serieuze publiek vragen in de te schrijven op een biografie van Willem Drees? Als 1000 mensen 10 euro toezeggen heb je misschien de helft van de kosten van een online boekeditie eruit (niet de kosten van net onderzoek natuurlijk). En die mensen kun je dan als extra lokkertje aanbieden dat zij aanwezig mogen zijn bij de boekpresentatie en daar de kans hebben de auteur te spreken én natuurlijk genoemd worden op de site van het boek.

  2. joostvangemert1 zegt:

    Mooi verhaal, Jan! Uiterst helder en zeer informatief voor de studenten denk ik.

  3. eduhackenitz zegt:

    Momenteel zie je in de muziekbusiness ook zo’n stroming. Een enorme vlucht van kleine niches zoals op bandcamp\soundcloud en kleine labels waar je alles gratis kan beluisteren (zonder reclame) en kopen. Vooral de limited vinyl van meestal 1000 copies doen het heel erg goed en gaan als warme broodjes. Overigens hoop ik niet dat content creators straks met een Spotify-achtig model worden geconfronteerd….dat is gebaseerd op wurgcontracten en een beetje van hetzelfde niveau als de kinderarbeid in naaiateliers.

    • Jan de Boer zegt:

      Het Spotify model is eerder in die cursus al ter sprake gekomen. De studenten en docent vonden het verschil tussen boeken en muziek te groot om het model zomaar te kunnen vertalen naar de boekenmarkt. Muziek neem je in kleinere stukjes tot je dan een boek (je luistert wel één nummer van een artiest/album, maar niet één hoofdstuk uit een roman).

      Ik ben zelf trouwens Spofity abonnee. Ik ben vooral verbaasd over de mogelijkheden die ik heb voor maar 10 euro per maand. Ik zou best bereid zijn meer te betalen, of minder te luisteren voor die 10 euro, waardoor er een hoger bedrag naar de artiesten kan gaan.

      Zie ook http://www.nrc.nl/boeken/2014/02/13/streamingdienst-voor-boeken-dit-jaar-gelanceerd/.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s