De Onderwijsdagen: 11 november in het kort: deel 2.

Net als Dafne was ik bij de Onderwijsdagen waarvan je hieronder mijn verslag kunt lezen. Van de parallelsessies overlapte er één met die van Dafne (de presentatie van Jan Kamphuis over Hippocampus). Ik zal de andere drie kort behandelen.

De eerste sessie werd verzorgd door Peter Borgman en Erik Schakelaar van de Hogeschool Windesheim en ging over Blended Learning. Zij experimenteren met een vorm van proefstuderen waarna aanstaande studenten zelf kunnen beslissen of het bevalt. Uit een pilot blijkt dat dit bijdraagt aan een bewustere studiekeuze en verminderde studieuitval.

Toekomstige studenten krijgen in de oriëntatiefase van hun studiekeuzeproces al de mogelijkheid om te ervaren wat de studie inhoudt via blended learning en e-learning. Deelnemers volgen online een onderwijsmodule terwijl een docent op afstand beschikbaar is voor begeleiding. In die digitale leeromgeving wordt gebruik gemaakt van ‘the flipped classroom’ wat inhoudt dat de digitale instructie wordt ondersteund met uitleg en proefvragen. Zo’n module duurt zeven weken en start iedere week met een digitale videohandleiding waarin de deelnemers zien wat ze moeten doen. De module sluit af met een opdracht. Een docent kijkt die vervolgens na en geeft feedback.

https://prezi.com/rlxcltz9pi5-/de-onderwijsdagen-open-education/

Mijn tweede sessie was de presentatie van Jan Kamphuis die Dafne al beschreef.

Vervolgens woonde ik de derde sessie bij die gegeven werd door Peter Sloep van de Open Universiteit. Zijn sessie “Een didactiek voor open en online onderwijs” handelde over de didactische aspecten van online onderwijs. Hij schetste een beeld van voorheen onderwijs in grote collegezalen naar steeds meer MOOC’s. Hij had als kritiek dat veel onderwijsinstellingen meedoen met de trend van MOOC’s om de boot maar niet te missen maar dat het vaak ontbreekt aan een echt duidelijk beleid. Ook vertelde hij wat randvoorwaarden waar een goede Mooc aan moet voldoen. Zo waren de eerste gewoon gefilmde colleges van 45 minuten maar dat blijkt niet te werken. Studenten haken dan af. Nu zie je steeds meer dat gewerkt wordt met korte instructies van rond de zes minuten en dat er behoefte is aan interactiviteit en dat daaraan voldaan wordt via forum’s waardoor je feedback kunt krijgen.

De vierde sessie die ik bezocht had als thema Digitaal Informatievaardigheden Meten en werd verzorgd door Caroline Timmers en Amber Walraven van de Radboud Universiteit.

Zij hebben een computergestuurde formatieve toets ontwikkeld om informatievaardigheden te meten, de DIM (Digitale Informatievaardigheden Meting). Studenten verrichten dan een aantal opdrachten en er wordt vooral geregistreerd HOE ze deze opdrachten verrichten. Vooraf wordt ze gevraagd of ze denken dat ze voldoende informatievaardigheden hebben en naderhand worden er vragen over het zoekproces gesteld. Zo wordt er gekeken welke databestanden ze hebben gebruikt voor het maken van de opdrachten, wat dat heeft opgeleverd, of ze meerdere zoektermen gebruikt hebben en of ze tevreden zijn met het zoekresultaat. Ook wordt soms gebruik gemaakt van eye-tracking waarbij de bewegingen van de ogen over het beeldscherm gevolgd worden. Het bleek dat studenten geneigd zijn hun eigen informatievaardigheden voor het maken van de opdracht te overschatten en dat ze na het doen van de oefening bewuster naar informatie op zoek gaan.

Kijk voor een indruk van de DIM-tool op:

https://www.kaltura.com/index.php/extwidget/openGraph/wid/1_xha3j841

Dit bericht werd geplaatst in I&M2.0. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s