Two librarians went to Oxford to feel The Force

Force 2015 header

Hoofd- en bijzaken van de Force2015 conferentie,  11-13 januari

Met 70 posters en demo’s, 250 deelnemers en 50 sprekers in drie dagen (één met parallelle pre-conference workshops en twee plenaire conferentiedagen) is Force2015 te groot en te veelzijdig om integraal te verslaan.  Dus bieden we hier een selectie van hoofd- en bijzaken.

Force2015 is de derde internationale conferentie van de Force11 organisatie, na eerdere in San Diego (2011) en Amsterdam (‘Beyond the PDF‘ 2013).

Hoofdthema van deze conferenties is eigenlijk elke keer hetzelfde. Men probeert de vraag te beantwoorden hoe wetenschappelijke communicatie moet/zal veranderen om wetenschap in het internettijdperk met sterke globalisering en hogere eisen vanuit de maatschappij efficiënter, opener en beter/effectiever te maken. Elke editie is dus eigenlijk een stand van zaken: wat is er bereikt, wat werkt nog niet of niet goed genoeg.

Het publiek bestaat uit onderzoekers, librarians, subsidieverstrekkers, uitgevers en ontwikkelaars. Er waren veel mensen die rollen combineerden: onderzoekers-ontwikkelaars of bijvoorbeeld  onderzoekers-librarians (in het buitenland hebben librarians vaak een wetenschappelijke status). Uiterard waren er veel Usanians en Britten, maar ook Duitsers, Canadezen, Zweden, Fransen en meer. Er waren weinig Aziaten. Voor hen was het congres misschien letterlijk of figuurlijk te ver van hun bed?

De belangrijkste zaken waarop in meer dan één presentatie of discussie werd gewezen waren:

  1. granulariteit in research output – het ging op dit congres al lang niet meer alleen over artikelen/boeken en onderzoeksdata, maar ook over het beschikbaar en traceerbaar maken van protocollen, uitgevoerde experimenten, gebruikte materialen, en activiteiten zoals peer review.
  2. de noodzaak om tools, technieken en standaarden die intussen zijn ontwikkeld ook breed aanvaard te krijgen en toe te gaan passen;
  3. het belang van het herkennen van disciplinaire silo’s en uitgeverssilo’s en de noodzaak die te doorbreken of overstijgen;
  4. de urgentie om datacitatie op korte termijn overal goed ondersteund te krijgen (repositories voor data, DOI’s voor datasets en onderdelen daarvan, ondersteuning in citatiestijlen, ondersteuning door schrijfplatforms en tijdschriften/uitgevers);
  5. het vermijden van een binaire blik op reproduceerbaarheid van onderzoek en het belang het te koppelen aan codes voor ethisch verantwoord onderzoek;
  6. het belang van  interoperabiliteit: goede, platform-onafhankelijke koppeling tussen tools die gebruikt worden in de diverse fasen van de research workflow.

Over veel was men het eens, maar niet over alles en er waren ook dissenting voices, bijvoorbeeld over:

  • of je van al het onderzoek kunt verlangen dat de resultaten reproduceerbaar zijn;
  • of het probleem van de serials crisis nu met Open Access conceptueel is opgelost of dat er nog kans is dat brede open access lang gaat duren of stokt;
  • in hoeverre je innovaties die door uitgevers worden gedaan (bv. bij Macmillan/Nature en bij Elsevier) moet toejuichen en ondersteunen, of wantrouwen omdat ze het gevaar in zich dragen content te willen monopoliseren en monetariseren tegen het belang van de onderzoeksgemeenschap in (kritiek afkomstig van Ross Mounce);
  • of bibliotheken de beste partners zijn voor beheer en curation van data als alternatief voor uitgevers: Peter Murray Rust had bedenkingen omdat bibliotheken te veel verkoopkanalen van uitgevers geworden zouden zijn.

Verder was er veel discussie over het recente nieuws over drie nieuwe tijdschriften:

  • Collabra, een Open Access tijdschrift van de University of Califonia Press op het Ubiquity Press platform, waarvoor een systeem is bedacht om reviewers financieel te belonen voor hun werk, met een mogelijkheid om die beloning weer aan te wenden voor nieuwe artikelen (bv. via een Open Access fonds; zie ook Science News);
  • het nieuwe multidisciplinaire OA tijdschrift waarmee Elsevier na acht jaar toch de concurrentie met bv. PLoS One wil aangaan.
  • SoftwareX, een tijdschrift van Elsevier voor sofwarepublicatie waarvan velen zich afvroegen wat het toevoegt aan de vele reeds bestaande alternatieven anders dan het Elsevier stempel.

101 Innovations in Scholarly Communication - poster Force2015

http://dx.doi.org/10.6084/m9.figshare.1286826

Bij onze poster over 101 innovaties in de zes fasen van de cyclus van wetenschapplijke informatieworkflow hadden we zeer veel aanloop. Gelukkig hadden we een mooie plek vooraan de rij van 70 posters kunnen claimen (weest vroeg!). Het bleek nuttig met twee personen te zijn om alle vragen te kunnen beantwoorden.

Binaca-poster-klein

poster-jeroen-klein

 

 

 

 

 

 

 

 

Aandacht was er vooral voor welke innovaties wij gekozen hadden en waarom en voor de hypothetische sets tools die verschillende soorten workflows ondersteunen. Vreemd genoeg waren er minder vragen over de interpretaties van de ontwikkelingen die wij zien. Vond men dat te ingewikkeld om in een drukke ruimte staand te bespreken of was men het met alles eens? Ook onze hoop snel even aan alle deelnemers hun favoriete workflow te ontfutselen bleek ijdel. Maar er was wel veel lof, zoveel zelfs dat we de prijs voor beste poster kregen!

Ja het is een gewild object...

Ja het is een gewild object…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uiteraard hadden we ook zelf nog gedachten bij onze poster:

We hebben geprobeerd de interpretaties die wij op de poster presenteerden te toetsen aan wat door verschilende sprekers naar voren werd gebracht:

Conference bingo!

Conference bingo!

Veel discussie tijdens conferenties als deze loopt ook parallel via Twitter. Ook daar veel reacties op de poster, maar die gaan meestal niet erg diep. Hieronder een impressie van het netwerk van mensen die de eerste dag met de  hahshtag #Force2015 twitterden.

Force2015 Twitter netwerk

De sfeer van de conferentie is vrij hectisch: veelal korte (5-10 min) snelle presentaties en vrij krappe pauzes. Daar staat tegenover dat vrijwel alles plenair was, wat weer wat rust geeft. Maar als verwacht wordt dat je ook bij je poster post is de ruimte voor vrij netwerken beperkt.

Oxford tea break at Force2015

Oxford tea break at Force2015

 

 

 

 

 

Op de website van Force11 staan in het programma als het goed is straks links naar dia’s van de presentaties. Ongeveer twee weken na de conferentie is de video van de afzonderlijke onderdelen beschikbaar op: https://www.force11.org/meetings/force2015/streaming-video

Force2016 is volgend jaar in Portland, OR, VS.

Jeroen en Bianca

PS Aan het congres is ook een competitie verbonden: The £1k Challenge. Wat zou jij doen met £1000 (€1300) om wetenschappelijke communicatie te verbeteren? Drijvend op de energie van het congres hebben we allebei direct een voorstel ingediend, het één (Bianca) in lijn van ons eigen project (met een idee van Anja Bastenhof erin verwerkt), het ander (Jeroen) met een heel andere invalshoek:

Over Bianca Kramer

scholarly communication, Utrecht University Library
Dit bericht werd geplaatst in 0pen access, altmetrics, congressen, data, I&M2.0, innovatie, onderzoek, Open Access, Open science, toekomst, valorisatie. Bookmark de permalink .

2 reacties op Two librarians went to Oxford to feel The Force

  1. Pingback: Trip Report: FORCE 2015 | Think Links

  2. Pingback: Beste poster op FORCE2015 | vogin-ip-lezing

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s