Op weg naar open en online in 2025

Open en online hoger onderwijs is (…) het visitekaartje van onze instellingen. (…) De traditionele campus blijft bestaan, maar de ontwikkeling naar open en online onderwijs zal de fysieke inrichting daarvan en de benodigde technische infrastructuur beïnvloeden. Profilering en kleinschaligheid binnen een learning community krijgen vorm, instellingen richten zich op hun kernkwaliteit. De beste docenten wereldwijd of juist nationaal krijgen een plek in het (digitale) curriculum, het traditionele boek wordt aangevuld met of vervangen door open digitale leermiddelen of soms ook door een MOOC. (…) Docenten zullen meer tot hun kerntaak van doceren kunnen komen. Zij zullen veel minder algemene kennis hoeven overdragen, die is dan immers digitaal altijd en overal beschikbaar, en meer tijd kunnen besteden aan verdieping, vragen beantwoorden en studenten uitdagen.
Kamerbrief over digitalisering van het hoger onderwijs: 08-01-2014 

In 2025 is het hoger onderwijs open en online, aldus het ministerie van OCW. Dat is een prachtig streven, maar het veronderstelt nogal wat… Ten eerste een massale overgang naadilbert_knowledger open digitale leermiddelen. Natuurlijk digitaliseert het HO al jaren in rap tempo, maar dat wil niet zeggen dat het materiaal dat vervaardigd wordt ook geschikt is om te delen, laat staan hergebruiken. Sommige docenten zijn –zoals Bussemaker in haar kamerbrief ook suggereerde- druk bezig om algemene kennisoverdracht te organiseren met bijvoorbeeld kennisclips, maar anderen zijn nog niet zover.

In die snel veranderende omgeving leid ik voor Educate-it een project dat alles te maken heeft met “de benodigde technische infrastructuur”. Als je wilt delen en mogelijk hergebruiken, dan heb je een plek nodig waar je dingen duurzaam kunt opslaan en ontsluiten, zodat ze “digitaal altijd en overal beschikbaar” zijn. Opgenomen colleges en kennisclips worden opgeslagen (maar zelden goed beschreven) in Mediasite, voor andere materiaalsoorten is zo’n centrale opslag er niet. Soms zijn er facultaire voorzieningen (een gedeelde netwerkschijf bijvoorbeeld, of een database op een facultaire server), maar zonder metadata is het moeilijk om dingen terug te vinden. Bsuperlibrarianovendien is het vaak niet mogelijk om collega’s van buiten de faculteit toegang te geven. Dan komen oplossingen zoals Surfdrive, Dropbox of Filesender om de hoek kijken, met als gevolg dat niemand meer overzicht heeft wat er voor materiaal in omloop is, van wie het is, en onder welke voorwaarden het gedeeld mag worden… en daar komt de bibliotheek hopelijk to the rescue.

Om enige notie van overzicht te krijgen, heb ik vorig jaar geïnventariseerd welk materiaal er in omloop is bij de faculteiten, hoe en waar het wordt opgeslagen, en wat de mogelijkheden van delen en hergebruik zijn. De informatie is voornamelijk verzameld via desk research en gesprekken met docenten en onderwijsondersteunend personeel, die ik samen met Rogier heb gevoerd. Aan het einde van deze projectfase is de keuze gemaakt om in eerste instantie te focussen op de opslag en ontsluiting van dat onderwijsmateriaal, dat nu geen centrale opslagplek heeft, maar in de ogen van docent wel geschikt is om te delen (bv. ter inspiratie) of te hergebruiken (soms binnen de opleiding, soms over de grenzen van de opleiding of zelf faculteit heen). In het sectorplan van I&O is de term “verweesd materiaal” gebruikt, maar die is misleidend, volgens mij gaat het juist om een verzameling pareltjes, een digitale schatkist.

Om een grote diversiteit aan bestanden duurzaam op te kunnen slaan en te kunnen ontsluiten, is een repository een goed stuk gereedschap. In januari startte SURF niet geheel toevallig een landelijke pilot om de geschiktheid van Sharekit (de repository van de HBO Kennisinfrastructuur) voor open onderwijsmateriaal te testen. Sharekit is gebaseerd op Fedora, een platform dat vergelijkbaar is met DSpace, wat we in Utrecht gebruiken. De resultaten van deze pilot zijn terug te lezen op het blog van SURF, maar de belangrijkste discussiepunten waren in mijn ogen 1) de gebruiksvriendelijkheid en 2) de bereidheid van docenten om open (met de hele wereld) te delen.

Om een lang verhaal kort te maken: Sharekit biedt absoluut een degelijke infrastructuur, maar er zijn gerede twijfels over de geschiktheid ervan voor de beoogde eindgebruikers. Deze conclusie past eigenlijk helemaal niet in de filosofie van Educate-it, waar de docent centraal staat. Met die gedachte, zijn we gaan zoeken naar een platform dat uitermate gebruiksvriendelijk is en waar de docent zelf de regie heeft, o.a. over wat hij deelt, met wie, en onder welke voorwaarden. We kwamen uit bij Figshare, een clouddienst die vooral bekend is van de opslag van onderzoeksdata. De hypothese is dat Figshare met enige dilbertaanpassingen een aanwinst voor het onderwijs zou kunnen zijn… en die hypothese gaan we de komende maanden grondig toetsen. Meer informatie volgt met de start van de pilot… maar als je niet kunt wachten, kun je me natuurlijk altijd mailen: d.jansen@uu.nl

 

 

 

 

Dit bericht werd geplaatst in innovatie, onderwijs, projecten, repository. Bookmark de permalink .

3 reacties op Op weg naar open en online in 2025

  1. Jan de Boer zegt:

    In de faculteitsraad van GW is het Educate-it programma besproken en was veel waardering voor die bottom-up, docentgerichte aanpak. Er waren vooral zorgen over de tijd die docenten kregen om vernieuwingen door te voeren. Natuurlijk los je dat niet op met een gebruikersvriendelijk platform, maar volgens mij moet ons uitgangspunt altijd zijn dat wij docenten (en onderzoekers en studenten) helpen het beste resultaat te bereiken via de meest eenvoudige route.

  2. Dafne Jansen zegt:

    Helemaal mee eens Jan, maar vraag me wel af: toen we Powerpoints gingen gebruiken in plaats van sheets op de overheadprojector, kregen docenten toen extra tijd? Het probleem is dat er altijd al te weinig tijd is geweest om onderwijs voor te bereiden, en dat dat prangender wordt naarmate er steeds meer nieuwe technieken en tools beschikbaar komen.

    Maar ik ga mijn uiterste best doen om te zorgen dat de repository een service wordt waar docenten blij van worden :-)

  3. frankensas zegt:

    In het kader van de uitleg van de term repository werd en wordt vaak verwezen naar een schatkist. Ok, door voorstanders;-) Denk aan het oude logo dat we gebruikten voor het Utrecht University Repository (voorheen Igitur Archief). Zo’n bottom-up, op de gebruikers gerichte aanpak als bij deze pilot (die ontbrak bij het Igitur Archief – voorschrijdend inzicht?!) maakt m.i. dat zo’n repository voor onderwijsmateriaal écht een schatkist kan worden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s