De open access consumentenbond

Zoals overal waar geld verdiend kan worden, zijn er ook in het open access veld kapers op de kust. In de afgelopen 10 jaar zijn er tal van partijen opgestaan die het open access uitgeefmodel – waarbij de auteur moet betalen voor publicatie van zijn/haar artikel – misbruiken, met als enig doel om geld te verdienen. Deze ‘uitgevers’ vragen een Article Publication Charge (APC) voor vage platforms of tijdschriften met een discutabele of vaak volstrekt geen reputatie.

Al sinds 2008 is Jeffrey Beall, bibliothecaris aan de Auraria Library, University of Colorado Denver, bezig met het kwaliteitsvraagstuk rond open access tijdschriften. In 2010 is hij begonnen met het opstellen van een lijst (de Beall’s list) van zogenaamde ‘predatory journals’.[1] In 2011 schreef Bianca Kramer hier al een blogpost over.

De uitgeverijen/tijdschriften die als ‘predatory’ worden gekenmerkt, zijn vaak te herkennen aan agressieve marketingstrategieën en (spam)mailings die oproepen om een artikel in te dienen voor een tijdschrift dat na een kritische blik niet meer is dan een hol vat. Deze Beall’s list heeft in de afgelopen jaren de nodige autoriteit weten op te bouwen en dat is voor een gedeelte ook terecht.

Beall was een van de eersten die dergelijke misstanden systematisch in kaart heeft gebracht. Hij heeft ook keurig de criteria waarop hij de tijdschriften en uitgevers beoordeelt, in een document gezet, en dat hij voortdurend voorziet van updates. In dit document (laatste versie: 2015) schrijft Beall:

“Evaluating scholarly open-access publishers is a process that includes closely, cautiously, thoroughly, and at times skeptically examining the publisher’s content, practices, and websites: contacting the publisher if necessary, reading statements from the publisher’s authors about their experiences with the publisher, and determining whether the publisher commits any of the following practices (below) that are known to be committed by predatory publishers, examining any additional credible evidence about the publisher, compiling very important “back-channel” feedback from scholarly authors, and taking into account counter-feedback from the publishers themselves.”[2]

Maar in de afgelopen twee jaar is er ook steeds meer kritiek op zijn werk gekomen. Zo is het lang niet altijd duidelijk waarom een uitgeverij of tijdschrift op zijn lijst belandt. Een dergelijke beslissing wordt bijna altijd door Beall zelf genomen, zonder dat daar een duidelijke, voor de buitenwereld zichtbare procedure aan vooraf is gegaan. Transparantie is dus een duidelijk probleem; precies hetgeen hij zelf aan de kaak probeert te stellen in bovenstaand citaat.

Het blijkt dat er vrijwel nooit sprake is van ‘back-channel’ feedback, althans, deze wordt niet tot zelden openbaar gemaakt. Zo heeft de uitgever Frontiers in oktober 2015 de Beall’s lijst gehaald.

Hierover ontstond een (voornamelijk online) discussie over de ratio achter deze beslissing.[3] Veel academici (die ook deels betrokken zijn als editor bij Frontiers) vielen over deze keuze. De beslissing zou te eenzijdig zijn, zou teveel nadruk leggen op wat niet goed gaat in de redactieprocessen, etc.. Overigens heeft Beall in 2013 wel degelijk een waarschuwing afgegeven, maar dit is vrij summier geweest. Maar helemaal uit het niets kwam zijn actie dus niet.[4] Ondanks de commentaren ten faveure van Frontiers heeft de uitgeverij wel maatregelen genomen om bepaalde redactieprocessen te verbeteren. Beall’s actie heeft dus wel degelijk geleid tot actie/reactie. Of het terecht is, laat ik hier nu even in het midden. De discussie duurt nog voort.

Maar dat er veel over de lijst te doen is, mag wel duidelijk zijn. Zo is er een aanklacht tegen Beall ingediend door een uitgever die vond dat zij onrechtmatig op de lijst is gekomen.[5] Onlangs is zelfs gesuggereerd dat Beall tegen betaling assessments zou doen om een tijdschrift of uitgeverij van zijn lijst te halen.[6] Het is lastig om de authenticiteit van een dergelijke beschuldiging echt te achterhalen en daar moeten we dan ook voorzichtig mee zijn. Het is wel duidelijk dat er de laatste tijd een aantal fanatiekelingen een kruistocht is begonnen tegen alles wat Jeffrey Beall aan het doen is.[7] Dit soort praktijken draagt echter niets bij aan de zoektocht naar een werkbaar systeem waarbij we de rotte appels kunnen scheiden van het gezonde fruit. We moeten immers niet vergeten dat ook in de oude wereld zonder internet en digitalisering er rotte appels in de fruitmand zaten.

Beall positioneert zich al enkele jaren steeds vaker in het tegenkamp van open access. Daar is op zichzelf niets mis mee, maar door zelf volstrekt niet transparant te zijn, ondermijnt hij wel zijn (hopelijk) goede bedoelingen. Dus ook hij moet wel degelijk, net zoals ieder ander die zich autoriteit toe-eigent, voortdurend onder een vergrootglas worden gehouden. Het is echter niet zinvol om hem totaal op een zijspoor te zetten. Ondanks zijn soms zeer negatieve uitlatingen over open access publiceren, heeft hij er wel voor gezorgd dat we kritisch zijn gaan kijken naar de kwaliteit van open access, en meer specifiek de verdienmodellen die daar omheen hangen. Het feit dat op dit moment de focus ligt op het voorafgaand aan publiceren betalen, maakt wel dat er goed moet worden nagedacht over hoe we de kwaliteit kunnen waarborgen zonder dat de financiële prikkel leidend zal zijn.

Overigens is in het oude abonnementenmodel de financiële prikkel ook altijd al zeer bepalend geweest. Het is niet voor niets dat de grote uitgeverijen hun ‘eigen’ meet-en-weet systemen van citaties indexen en impact factors met hand en tand blijven verdedigen. Een typisch geval van: “Wij van wc-eend raden aan: wc-eend”. Zijn er dan ook andere manieren om de kwaliteit van open access tijdschriften en uitgeverijen te beoordelen? Jazeker. Inmiddels zijn er een aantal nationale en internationale initiatieven ontwikkeld die veel zeggen over de kwaliteit van een open access tijdschrift.

In de eerste plaats heeft de Directory of Open Access Journals haar toegangseisen in de afgelopen twee jaar sterk verzwaard. Een journal moet aan een behoorlijke set aan eisen voldoen om te worden toegelaten tot de index. Als een tijdschrift in de DOAJ staat, dan kan men ervan uitgaan dat het om een degelijk tijdschrift gaat dat in ieder geval voldoet aan de technische (infrastructuur, opslag, verspreiding) eisen. Hoe een redactie is gevormd en of dat voor het vakgebied relevant is, blijft natuurlijk een zaak tussen wetenschappers onderling.

In Nederland is in 2014 de Quality Open Access Market opgezet. Door de academische gemeenschap uit te nodigen om open tijdschriften van een beoordeling (zogenaamde journal score cards) te voorzien, is er een beoordeling vanuit de gemeenschap. Een toevoeging is dat er ook melding wordt gemaakt of er, en hoe hoog, een APC is.

QOAM Banner

Er wordt hiermee dus meteen iets gezegd over de prijs-kwaliteitverhouding. Overigens maakt QOAM voor de metadata gebruik van onder andere de databasegegevens van DOAJ. Door de opzet van crowd-sourcing staat of valt QOAM bij een bijdrage vanuit de academische wereld. Tot nu toe lijkt er nog niet genoeg kritische massa aan beoordelingen aanwezig om een volledig overzicht te kunnen bieden.

In september 2015 werd de website ThinkCheckSubmit gepresenteerd. Doel van de website is om bewustwording te creëren onder wetenschappers over open access tijdschriften en hun kwaliteit. Waar moet je op letten? Wat is belangrijk voor een goede verspreiding? En doet het tijdschrift ook wat het belooft? Door een reeks van vragen voor te leggen kan een onderzoeker zelf een oordeel vellen over het open access tijdschrift waarin mogelijk gepubliceerd gaat worden.

think-check-submit-300x288

Think Check Submit checklist

Bovengenoemde websites betreffen allemaal nieuwe initiatieven, maar men kan ook zoeken en vinden in bestaande systemen. Inmiddels worden sinds een aantal jaar ook in Scopus en Web of Science open access tijdschriften geïndexeerd. Deze tijdschriften moeten aan hoge standaarden voldoen en zullen dus niet zomaar in deze indexen verschijnen.

Er leiden dus verschillende wegen naar Rome als het gaat om het kunnen beoordelen of een tijdschrift de kwaliteit biedt die de onderzoeker wil hebben. Op vele plekken[8] wordt de Beall lijst genoemd als de plek om het kaf van het koren te kunnen scheiden. En het advies is om (de meeste van) deze open access tijdschriften ook echt te mijden. Maar we moeten ons realiseren dat dit ook maar een stem is. Zo is bijvoorbeeld uitgeverij Multidisciplinary Digital Publishing Institute (MDPI) in 2014 op de Beall lijst beland, maar hebben verschillende Nederlandse universiteiten wel een open access deal met deze uitgeverij.[9]

Echter, het beoordelen van een tijdschrift zal altijd een afweging moeten blijven van je eigen ervaring(en), beschikbare online bronnen en indexen, reacties uit de eigen community, en een portie gezond verstand.

Noten

[1] Beall, Jeffrey “Predatory” Open-Access Scholarly Publishers. The Charleston Advisor, 2010, vol. 11, n. 4, pp. 10-17. http://hdl.handle.net/10760/14576

[2] Criteria for Determining Predatory Open-Access Publishers, p. 1, Jeffrey Beall 3rd edition / January 1, 2015. https://scholarlyoa.files.wordpress.com/2015/01/criteria-2015.pdf.

[3] Zie bijvoorbeeld: https://forbetterscience.wordpress.com/2015/10/28/is-frontiers-a-potential-predatory-publisher/ en https://forbetterscience.wordpress.com/2016/01/07/frontiers-christmas-carol/.

[4] Beall, ‘I get complaints about Frontiers’. https://scholarlyoa.com/2013/11/05/i-get-complaints-about-frontiers/ (geraadpleegd 29 april 2016).

[5] http://www.npr.org/sections/thetwo-way/2013/05/15/184233141/publisher-threatens-librarian-with-1-billion-lawsuit (geraadpleegd: 16 maart 2016).

[6] Open Access Publishing – USD 5000 is enough to remove your publisher’s name from Beall’s list (geraadpleegd 21 maart 2016) https://sfoap.wordpress.com/2016/03/21/open-access-publishing-usd-5000-is-enough-to-remove-your-publishers-name-from-bealls-list/

[7] Zie als voorbeeld: http://www.scholarlyoa.net/ (geraadpleegd 29 april 2016). Dit is een voorbeeld van een regelrechte lastercampagne tegen de persoon Jeffrey Beall.

[8] Ook op www.openaccess.nl wordt de Beall lijst als autoriteit opgevoerd.

[9] Voor een wat uitgebreider commentaar over de toevoeging van MDPI: https://en.wikipedia.org/wiki/MDPI#Inclusion_in_Beall.27s_list (geraadpleegd 2 mei 2016).

Geplaatst in 0pen access, I&M2.0, onderzoek, Open Access, Open science, tijdschriften, toekomst, voorlichting | 2 reacties

Open boek over Open Access

Onlangs publiceerde de KNAW het Open boek over open access, waarin 21 onderzoekers uit diverse disciplines en in diverse fasen van hun onderzoekscarriëre zijn geïnterviewd over Open Acces. Ik vat het niet samen omdat ik vind dat dit verplicht leesvoer is voor ieder van ons. En daarnaast, de epiloog van het boek biedt die samenvatting al.

Twee dingen vielen mij op bij het lezen van de interviews:

Een grote meerderheid van deze onderzoekers is voor Open Access, met alle kanttekeningen en zorgen die daarbij horen. De steun is eerlijk gezegd groter dan ik had verwacht. Dat stemt positief.

Verschillende keren komt het gebrek aan informatie als aandachtspunt naar voren. Onderzoekers hebben behoefte aan heldere informatie en ondersteuning. Geen enkele keer, echt geen enkele keer, komt hierbij de bibliotheek ter sprake. De bibliotheek wordt niet genoemd als partij die onderzoekers informeert en de bibliotheek wordt (zelfs?) niet genoemd als partij die dit zou moeten doen.

Dan staan wij als universiteitsbibliotheken toch wel een beetje in ons hemd.

Geplaatst in Open Access | 6 reacties

Open access en ‘the long argument’

Inleiding

Wanneer het over open access gaat, dan ligt de nadruk in het debat vaak op het publiceren van artikelen in wetenschappelijke tijdschriften. Dit wordt in Nederland vandaag de dag uiteraard mede bepaald door de lopende onderhandelingen rond de ‘big deals’ met de grote uitgeverijen.[1] Maar hoe staat het eigenlijk met open access voor het academische boek? Twee weken geleden werd bekend gemaakt dat de inschrijving voor de tweede pilot van Knowledge Unlatched succesvol is afgerond.[2] Dit betekent effectief dat er in de loop van 2016, 78 boeken in open access zullen verschijnen in de online bibliotheek OAPEN.

Even een stapje terug. Zoals gezegd wordt het open access veld gedomineerd door de tijdschriften. In de afgelopen jaren zijn er talloze nieuwe vormen op de markt verschenen naar voorbeeld van PLOSone. Dit zijn online platformen met grote collecties artikelen afkomstig uit verschillende disciplines. Ook al is de veelal gebruikte term megajournals voor dergelijke platformen een beetje in diskrediet geraakt, het draait bij deze initiatieven vaak allemaal om volume.

Naast deze publicatieplatformen zoals PLOSone of die door traditionele uitgeverijen worden opgezet (zoals het onlangs door California University Press gelanceerde Collabra, de vier ‘platform’ tijdschriften bij Brill, de ‘Open’ journals bij de Gruyter of het recentelijk opgerichte Heliyon van Elsevier) zijn er ook veel startups. Deze ‘new kids on the block’ hoeven niet de ballast te torsen van oude en kostbare organisatievormen en uitgeeftradities. Er wordt geëxperimenteerd met publicatieformats, nieuwe vormen van peer review, of er worden interessante combinaties gelegd met (open) onderzoeksdata. Voorbeelden van dergelijke platformen zijn Peerj, Frontiers, het onlangs gestarte Open Library of Humanities en het al wat langer bestaande F1000research.[3] Het is duidelijk dat bij de tijdschriften het ene na het andere online experiment wordt ontwikkeld.

Maar, als het over open access voor publicaties gaat, is er wel meer aan de hand dan alleen het publiceren in tijdschriften. Het lijkt in het debat allemaal wat minder zichtbaar, en dat is ook niet helemaal vreemd. Het is nog maar een kleine 5 jaar dat er op verschillende manieren kleine succesjes zijn behaald. Voor de boeken – traditioneel het domein dat door de geesteswetenschappen en sociale wetenschappen wordt gedomineerd, worden wel degelijk uitgeefmodellen ontwikkeld om het publiceren in open access mogelijk te maken. Een voorbeeld is het eerder genoemde OAPEN platform. Het door de EU gefinancierde FP7-project OAPEN project (looptijd: 2008-2011) is een van de eerste projecten geweest op het gebied van toegang en duurzame opslag voor open access boeken. Inmiddels is het platform al een paar jaar een onafhankelijke stichting en hebben zich inmiddels verscheidene uitgeverijen bij het platform aangemeld om met enige regelmaat boeken aan de collectie toe te voegen. Dit heeft een positieve effect gehad voor het zoeken en vinden van open access boeken. Maar wat is eigenlijk de stand van zaken?

Ook bestaande uitgeverijen komen in beweging. Voorbeelden van uitgeverijen met een actief open access uitgeefprogramma voor boeken zijn: California University Press, Springer, Amsterdam University Press, Brill en De Gruyter. En ook in dit veld zijn tal van nieuwkomers, zoals: Open Humanities Press en Ubiquity Press. Deze uitgeverijen in de geesteswetenschappen en sociale wetenschappen laten een verschuiving zien naar een (alternatief) uitgeefmodel voor het uitgeven van boeken in open access. Deze verschuiving laat zich ook zien in de steeds maar groeiende beschikbaarheid van open access boeken in online databanken van uitgeverijen of institutionele deposito-services (zoals OAPEN), ook al is het aandeel op dit moment nog heel klein. In 2015 zijn er op een totaal van 65.000 gepubliceerde academische boeken per jaar[4] maar 700 boeken in open access geregistreerd en geïndexeerd in de Directory of Open Access Bookshet boekenalternatief op de Directory of Open Access Journals (DOAJ) welke werd opgericht in navolging van het OAPEN platform.

DOAB2

Figuur 1: Aantal publicaties in DOAB op jaar van publicatie.

De DOAB zal lang nog niet alles wat er aan open access boeken in de wereld verschijnt meenemen, maar het maakt hoe dan ook duidelijk dat het aandeel van open access boeken nog maar heel klein is. De DOAB service begon in 2012 en heeft in die eerste periode ook veel backlist titels van uitgeverijen geïndexeerd die in open access beschikbaar kwamen. Figuur 1 laat goed zien dat vanaf dat moment een grote stijging van open access boeken plaatsvindt. Deze zijn direct of na een kort embargo vrij beschikbaar gekomen.

Onderzoek en beleid

Boeken worden dus niet vergeten, maar constructief beleid voor het publiceren en financieren van monografieën en essay-collecties in open access staat nog wel in de kinderschoenen. Op dit moment zijn op de DOAB meer dan 4500 boeken online te raadplegen, afkomstig van 150 uitgeverijen wereldwijd.

DOAB1

Figuur 1: Hoeveelheid publicaties (blauw) en uitgeverijen (bruin) in de Directory of Open Access Books (DOAB).

Om tot een goed inzicht te komen in de processen rond het publiceren van open access boeken zijn er in de afgelopen jaren in Nederland en het Verenigd Koninkrijk pilots opgezet in samenwerking met OAPEN (OAPEN.NL en OAPEN.UK). In beide pilots werden uitgebreide gebruikersonderzoeken gedaan, alsmede onderzoek naar de kostenstructuur van open access boeken. Er werd samengewerkt met uitgeverijen afkomstig uit de desbetreffende landen om duidelijk inzicht te krijgen in de uitgeefprocess (peer review, kosten en disseminatie). Onlangs is er een soortgelijke pilot gelanceerd in Zwitserland, te weten: OAPEN-CH. De resultaten die uit deze pilots komen, kunnen hopelijk leiden tot doordachte beleidskeuzes.

Een ander initiatief om open access boeken op de kaart te zetten, is het eerder genoemde Knowledge Unlatched. In 2013-2014 is er een eerste pilot opgezet om een collectie van 28 boeken van 13 verschillende uitgeverijen in open access aan te bieden aan universiteitsbibliotheken. Het model gaat ervan uit dat bij een groot draagvlak van bibliotheken, de kosten voor de aanschaf van het papieren boek steeds meer worden gedifferentieerd, en zodoende per instelling lager zullen worden. Bij voldoende inschrijvingen (de drempel ligt rond de 300 bibliotheken) worden de boeken in OAPEN beschikbaar gesteld. Eind 2015 werd de tweede pilot, met een collectie van 78 boeken, gepresenteerd. Bibliotheken hadden tot februari 2016 de tijd om zich in te schrijven voor de boekencollectie. Inmiddels is ook deze pilot met succes afgerond en zullen de 78 boeken in de loop van 2016 in open access verschijnen.[5] Dit model maakt het mogelijk om een collectie van boeken in open access beschikbaar te maken. Er wordt hier en daar gesteld dat met Knowledge Unlatched sprake is van double-dipping. KU lijkt zich van deze kritiek bewust en heeft met de participerende uitgevers afgesproken dat er een korting of waiver wordt toegepast als de bibliotheek aangeeft dat het een specifiek boek via een ander kanaal (reeds) is besteld. Het lijkt nu echter nog lastig om dit helder in beeld te krijgen, want dit moet door de bibliotheek zelf worden opgemerkt en aangegeven.[6]

We moeten ons goed realiseren dat open access voor boeken absoluut nog geen gelopen race is. Zo is in het Verenigd Koninkrijk in de huidige Research Excellence Framework (REF), die loopt van 2015 t/m 2018, niet opgenomen dat open access boeken mee worden genomen in de kwaliteitsbeoordeling van onderzoek. Naast de traditionele publicatiestromen, worden dus alleen open access artikelen meegenomen in de (eind)beoordelingen van onderzoekers. Een probleem is dat de REF bepalend is voor de verdeling van onderzoeks- en ook publicatiegelden. Ergo, een mogelijkheid voor een meer structurele vorm van financiering van open access boeken in het Verenigd Koninkrijk laat nog even op zich wachten, in elk geval tot na 2018.

In december 2014 is het project HEFCE Monographs and Open Access afgerond. Dit was een onderzoek naar de stand van zaken rond de monografie en de mogelijkheden die open access voor het wetenschappelijk boek kan bieden. Dit rapport is een aanvulling op het eerdere Finch-Report uit 2012[7], waar boeken niet tot nauwelijks in werden meegenomen. In januari 2015 verscheen het eindrapport van bovenstaand project. Het rapport is een analyse naar het belang van de monografie en het bestaansrecht in een open access omgeving. Er worden een aantal belangrijke conclusies getrokken. Zo staat er onder andere de volgende opmerkelijke bevinding:

“Contrary to many perceptions, it would not be appropriate to talk of a crisis of the monograph; this does not mean that monographs are not facing challenges, but the arguments for open access would appear to be for broader and more positive reasons than solving some supposed crisis.”[8]

Een crisis is misschien ook wel te dramatisch neergezet, maar dat het wetenschappelijk boek zich in moeilijke en roerige tijden bevindt, kan niet worden ontkend. De verkoop van het papieren boek neemt sinds de jaren ‘80 gestaag af.[9] Bibliotheken hebben recentelijk het e-boek echt omarmt en er lijkt nu een echt grondige daling ingezet van de acquisitie van het fysieke boek. Het lijkt er echter op dat het rapport dit ‘crisis’ gevoel sterk wil nuanceren en waarschuwt er voor dat open access niet als dé oplossing voor deze crisis moet worden gezien.[10] Hooguit één van de oplossingen.

Een andere conclusie is dat gedrukte boeken nog steeds een voorkeur krijgen boven de digitale versie. Dit moet niet worden onderschat en de open access editie zou ondergeschikt moeten zijn aan de gedrukte editie, die niet zou moet verdwijnen.[11]

Deze nog steeds voortdurende voorkeur voor gedrukte boeken wordt overigens bevestigd door verschillende onderzoeken, en de praktijk. Vrijwel alle uitgeverijen die een open access uitgeefmodel hebben voor boeken hanteren een ‘mixed-model’ van online en print (+ e-boek). In de OAPEN-UK pilot is onderzoek gedaan onder onderzoekers naar het gebruik van boeken.[12] Daaruit kwam onder andere naar voren dat veruit het merendeel nog steeds de voorkeur geeft aan het papieren boek.

Survey.jpg

Figuur 3: Enquete-uitslag vover de vraag hoe onderzoekers een boek verkrijgen afgezet tegen hoe ze de toegang hebben gekregen. Bron: OAPEN-UK Research Survey 2012.

Financiering van het open access boek

Het HEFCE rapport geeft ook aan dat er op dit moment niet één (werkend) dominant model voor open access boeken is aan te wijzen. Alle bestaande open access uitgeefmodellen zitten nog in een (soms zeer) experimentele fase.[13] Deze verschillen van open access bijdragen per boek (Book Publication Charge – BPC), tot bijdragen per collectie (Knowledge Unlatched) of simpelweg het gewoon doen en hopen op inkomsten uit de gedrukte editie (een voorbeeld is Open Humanities Press).

Als het gaat om de beleidsmakers en onderzoek financiers stelt het HEFCE rapport:

“Policy will have to be developed in a context where it is unlikely that any one model for open access will emerge as dominant, and one in which an attempt to impose a single model through policy is unlikely to be feasible, let alone acceptable.”[14]

Een voorbeeld van open access beleid met financieringsmogelijkheden voor boeken dat al langere tijd loopt komt uit Oostenrijk. De nationale financier van onderzoek aldaar, de FWF – der Wissenschaftsfonds, heeft al sinds 2007 een actief open access beleid met een duidelijke financiële steun. Zo wordt voor Oostenrijkse wetenschappers een tegemoetkoming geboden voor eventuele kosten voor het publiceren van boeken in open access.[15] In het afgelopen jaar zijn er steeds meer universiteiten en onderzoek financiers geld beschikbaar aan het maken voor open access boekpublicaties.[16]

Terug naar de Nederlandse situatie. NWO biedt met de start van het Stimuleringsfonds Open Access sinds 2010 de mogelijkheid om de kosten te financieren voor het publiceren van boeken in open access. Dit is met de resultaten uit de hierboven beschreven OAPEN-NL pilot verder ontwikkeld. We zouden het bijna vergeten, maar bij de Universiteit Utrecht is het ook mogelijk om een aanvraag voor boeken te doen bij het UU Open Access fonds.[17]

In de praktijk

Al deze ontwikkelingen moeten uiteindelijk leiden tot voldoende best practices en succesverhalen. De verschillende onderzoeken die hierboven zijn genoemd, hebben er ook toe geleid dat er in de afgelopen maanden een tweetal handleidingen zijn verschenen over het uitgeven van boeken in open access. De ‘Guide to open access monograph publishing for arts, humanities and social science researchers’[18], gepubliceerd door de OAPEN-UK pilotgroep en de Open Access Monographs and Book Chapters: A practical guide for publishers[19], in juli 2015 gepubliceerd door de Wellcome Trust.

Deze handleidingen zijn bedoeld om het waarom en hoe duidelijk(er) te krijgen. Op welke redactionele en technische zaken moet worden gelet? En wat zijn de verschillende uitgeefmodellen zijn er? Gebruikmakend van de onderzoeksresultaten die zijn opgedaan in de verschillende bovengenoemde pilots worden concrete aanbevelingen gedaan voor uitgevers, maar ook beleidsmakers.

Conclusie

Zoals eerder gezegd, zijn veel uitgevers in de geesteswetenschappen en sociale wetenschappen zich aan het bewegen in de richting van, of op zijn minst oriënteren op, open access voor boeken. Maar dit gaat langzaam. Er is op dit moment nog teveel afbreukrisico als het gaat om bijvoorbeeld de financieringsmogelijkheden aan zowel de kant van de uitgevers als de onderzoekers. Bovendien zijn er nog niet voldoende resultaten bekend rond werkende open access uitgeefmodellen. Daarvoor is het op dit moment nog net iets te vroeg. Belangrijk is om te concluderen dat het boek er nog (steeds) toe doet en dat ook voor dit medium open access een van de manieren is om bredere verspreiding mogelijk te maken. Één en één is twee.

Noten

[1] In 2014 werd er een begin gemaakt met open access in de contracten (big deals) met de grote uitgeverijen (Elsevier, Springer, Wiley, Taylor & Francis, etc.) te krijgen. Deze onderhandelingen gaan alleen over open access voor tijdschriftartikelen.

[2] Zie persbericht van 11 maart 2016: http://www.knowledgeunlatched.org/wp-content/uploads/2016/03/Scaling_Up_Press_Release_11Mar2016.pdf (geraadpleegd: 11 maart 2016)

[3] Dit is uiteraard een beperkte selectie. Er zijn vele andere voorbeelden te noemen.

[4] Deze gegevens zijn bij benadering en heb ik gebaseerd op de jaaroverzichten van YBP Library Services.

[5] Zie http://collections.knowledgeunlatched.org/packages/ voor een uitgebreid overzicht van de titels.

[6] Meer over double dipping in relatie tot open access boeken: http://hybridpublishing.org/2013/08/open-access-books-vs-double-dipping/ (geraadpleegd: 20 maart 2016).

[7] Lees hier het Finch-report.

[8] Crossick, G (2015). HEFCE Monographs and Open Access Project, 2015, p. 4

[9] Hier is in de afgelopen 15 jaar veel over verschenen. Zie onder andere: Steele, C. (2008) ‘Scholarly Monograph Publishing in the 21st Century: The Future More Than Ever Should Be an Open Book’. Journal of Electronic Publishing [online] 11 (2), p. 4, DOI: http://dx.doi.org/10.3998/3336451.0011.201 en Thompson, J. (2005) Books in the Digital Age : The Transformation of Academic and Higher Education Publishing in Britain and the United States, Malden MA, Polity Press.

[10] Voor meer over deze ‘crisis’ en de nuancering in het HEFCE rapport: https://openreflections.wordpress.com/2015/01/29/the-monograph-crisis-revisited/ (geraadpleegd: 17 maart 2016)

[11] Crossick, G. p. 32-33

[12] OAPEN-UK research survey 2012: http://oapen-uk.jiscebooks.org/research-findings/researchersurvey/ (geraadpleegd: 7 maart 2016).

[13] Crossick, G. p. 65

[14] Idem, p.65

[15] https://www.fwf.ac.at/en/research-funding/fwf-programmes/peer-reviewed-publications/

[16] Ubiquity Press heeft in februari 2016 een lijst gepresenteerd met fondsen die open access boeken ondersteunen.

[17] http://www.uu.nl/universiteitsbibliotheek/publiceren/open-access/open-access-fonds

[18] http://oapen-uk.jiscebooks.org/oaguide/

[19] http://www.wellcome.ac.uk/stellent/groups/corporatesite/
@policy_communications/documents/web_document/wtp059497.pdf

Uitgelichte afbeelding: <a href=”http://nl.freepik.com/vrije-vector/round-boek-etiketten_815975.htm”>Designed door Freepik</a>

Geplaatst in 0pen access, boeken, I&M2.0, innovatie, Open Access, voorlichting | 5 reacties

Tegenlicht: De slimme universiteit

Voor diegenen die het gemist hebben, afgelopen zondag was er een interessante uitzending van Tegenlicht over de Universiteit van de Toekomst. Aanleiding was de bezetting van het Maagdenhuis vorig jaar. Studenten en medewerkers van de Universiteit van Amsterdam protesteerden toen tegen het sterk toenemende rendementsdenken. Maar er werd weinig gesproken over hoe onderwijs en onderzoek er in de toekomst uit zou moeten zien. Tegenlicht verdiept zich nu in de ontwikkelingen binnen het hoger onderwijs. Hoe zou een toekomstbestendige universiteit er idealiter uit moeten zien? De uitzending is hier terug te kijken:

http://www.npo.nl/vpro-tegenlicht/28-02-2016/VPWON_1246107

Geplaatst in I&M2.0 | Een reactie plaatsen

Defining the Scholarly Commons – Force11 workshop Madrid Feb 26-27

Defining the Scholalry Commons logo

Op 26 en 27 februari 2016 organiseert Force11 in Madrid een tweedaagse workshop rond het thema ‘Defining the Scholarly Commons  – Reimagining Research Communication’.

Tijdens de workshop gaan 50 deelnemers van over de hele wereld, met verschillende achtergronden en perspectieven, verkennen hoe zij scholarly communication in zouden richten als de huidige modellen niet zouden bestaan en ze vrij zouden zijn om, met de technologie en het geld dat op dit moment beschikbaar is, een nieuw systeem te bedenken.

Uitkomst van de workshop, die gefaciliteerd wordt door YKON, zullen een aantal verschillende visies op de toekomst van scholarly communication zijn, en een aantal gemeenschappelijk gedragen principes die deze visies kenmerken. De ideeën en visies die in deze workshop ontstaan, zullen ook ter plekke gevisualiseerd worden door Marcin Ignac – een nieuw en spannend proces!

Een ideale wereld bedenken is één ding – deze toetsen aan de bestaande situatie en van daaruit concrete acties formuleren is een ander. Precies deze stap zal later dit jaar genomen worden in een tweede workshop, waarin de principes en visies die in Madrid bedacht zijn, zullen worden vergeleken met de modellen, oplossingen en tools die op dit moment beschikbaar zijn.

Dit Force11 project wordt mede mogelijk gemaakt door een subsidie van de Helmsley Trust. Bianca en Jeroen zijn vanuit hun betrokkenheid bij Force11 mede-organisatoren van de workshops. Na de workshop in Madrid zullen we jullie zeker op de hoogte houden van de resultaten.

Je kunt ook actief meekijken met het programma en tijdens de workshop suggesties doen via Twitter. Kijk hiervoor donderdag en vrijdag op de website van Force11 !

 

Geplaatst in I&M2.0 | Een reactie plaatsen

Charleston Conference 2015: Issues in Book and Serial Acquisition

een verslag door Heleen van der Linden

Van 5 t/m 7 november 2015 heb ik de Charleston Conference in South Carolina bijgewoond. Het hoofdthema van deze conferentie is de acquisitie van boeken en tijdschriften. De conferentie wordt bijgewoond door vertegenwoordigers van (hoofdzakelijk Amerikaanse) bibliotheken, uitgevers en leveranciers. Tijdens sommige sessies gaan deze partijen in discussie met elkaar, andere sessies zijn meer presentaties van projecten van bibliotheken op verschillende gebieden.heleen1

De schaalgrootte van de projecten verschilt nogal: van kleine bibliotheken tot grote consortia van 70 bibliotheken met 632000 studenten.

In de ochtend waren er plenaire sessies, later op de dag waren er verschillende gelijktijdige presentaties van bibliotheken, die helaas maar één keer werden gehouden. De dag werd afgesloten met postersessies.

Mijn opdracht was me te verdiepen in de toekomst van de Patron Driven Acquisition (PDA).

Een aantal jaren geleden leek de PDA een prachtig model waarmee we de gebruiker precies op het juiste moment toegang konden bieden tot precies de content die hij nodig had. Hoewel de meeste bibliotheken heel tevreden zijn over de mogelijkheden van dit model, vinden de uitgevers dat zij niet voldoende hieraan verdienen. Daarom verhogen steeds meer uitgevers hun prijzen voor een uitlening, of stellen hun recente boeken niet meer beschikbaar voor uitlening.

Een vertegenwoordiger van Oxford University Press legde uit dat de uitgeverij door de PDA veel inkomsten misliep. Het kost ongeveer $25000 om een wetenschappelijk boek uit te geven. In het verleden werden die kosten in de eerste paar jaar terugverdiend (o.a. door approval plans), maar door de PDA zijn de opbrengsten in de eerste jaren veel lager geworden.

De uitgevers die hun boeken niet meer beschikbaar stellen voor PDA verdienen nu meer.

In reactie hierop zijn sommige bibliotheken helemaal gestopt met de PDA, vooral om meer geld te kunnen vrijmaken voor andere vormen van e-book-aanschaf. Als alternatieven worden vaak EBS (evidence based selectie : de bibliotheek kiest op basis van het gebruik) en DDA (demand driven acquisition: een e-book wordt automatisch aangeschaft na raadpleging door een gebruiker) bij bijvoorbeeld Project Muse of JSTOR genoemd. Een ander alternatief is het nemen van een abonnement op een e-bookpakket zoals bijv. Academic Complete van Proquest (Ebrary).

Yankee Book Peddler (YBP) wordt vaak genoemd als platform en als partner voor de bibliotheek.

De Queensland University of Technology heeft ook een pilot gedaan met textbooks van Cengage en OUP. Ze noemden deze zeer succesvol.

Proquest presenteerde een nieuw PDA model: ‘access to own’ dat in de eerste helft van 2016 beschikbaar zal komen. Volgens het nieuwe model wordt een boek in twee uitleningen aangeschaft voor 110% van de aanschafprijs. Bij de eerste uitlening wordt 55%  van de kosten in rekening gebracht en bij de tweede weer 55%. Dit model zal als alternatief worden aangeboden naast de huidige vorm van PDA.

De bibliotheek van de University of Carolina (UNC) at Charlotte is een grootschalig project begonnen dat onderzoek doet naar de principes voor de permanente aanschaf van academische e-books .

E-books moeten volgens hen in ieder geval voldoen aan de volgende principes :

  1. Unlimited simultaneous users
    2. No Digital Rights Management (DRM) either contractual or technological
    3. Irrevocable perpetual access and archival rights

De eerste stap die zij genomen hebben is het verwijderen van alle 1 simultaneous user e-books uit hun catalogus.

Onderdeel van dit project is ook een werkgroep die kijkt naar de tevredenheid van gebruikers van ebooks. Zij zijn begonnen met een literatuuronderzoek naar de ervaringen van lezers. heleen2Zij vonden onder andere dat de mogelijkheden van e-book niet voldoen aan de verwachtingen van de gebruiker.

Zie hier voor hun eerste bevindingen : http://www.slideshare.net/slideshow/embed_code/key/677ZOMBrVGFPqu

Interessant vond ik ook het project van de bibliotheken van James Madison University . Zij hebben een holistisch model gemaakt voor het ontwikkelen, beheren en beoordelen van collecties om er voor te zorgen dat deze aansluiten bij de veranderen behoeften van de campus. Zie voor de slides:

http://www.slideshare.net/genyao/changing-the-conversation-using-agile-approaches-to-develop-and-assess-collections-holistically

Wat mij opviel is dat we op veel gebieden (e-books, textmining) vrijwel gelijk opgaan met de bibliotheken waarvan ik presentaties gezien heb. Waar wij nog geen ervaring mee hebben is de aanschaf van e-books in consortiumverband.

De toekomst van de PDA is niet zeker. Het is de vraag in hoeverre het nieuwe model tegemoet komt aan de wensen van de uitgevers en de bibliotheken.

heleen3

Het was inspirerend een conferentie bij te wonen die volledig over jouw vakgebied gaat, maar jammer dat alle presentaties maar één keer gehouden worden.

Heleen van der Linden

Geplaatst in collectievorming, congressen, e-books, I&M2.0 | 2 reacties